2.8 Balans van methodologisch en theoretisch werk

1 Balans van methodologisch werk

1.1 Overzicht van methodologische ontwikkelingen en toepassingen

Aangezien het mesolithicum en het (finaal)paleolithicum steeds in grote mate door dezelfde onderzoekers werden bestudeerd, lopen de onderzoekskaders en methodologische ontwikkelingen van het mesolithisch onderzoek in Vlaanderen grotendeels parallel met die van het (finaal)paleolithicum.1
Er kan echter worden aangestipt dat er tot op heden relatief weinig gedetailleerde functionele analyses zoals microwearanalyse zijn uitgevoerd op mesolithische ensembles, behoudens enkele recentere uitzonderingen. 2 3 Een uitgebreide combinatie van refitting, microwearanalyse en ruimtelijke analyse zoals voor het finaalpaleolithicum te Meer en Rekem werd uitgevoerd, is dan ook nog niet toegepast op mesolithische sites. Refitting wordt de laatste jaren echter wel algemener aangewend, maar vaak gaat het niet verder dan een potentieelinschatting binnen één en dezelfde concentratie. 4 5 Uitgebreide refittingstudies waarbij het materiaal van meerdere concentraties wordt betrokken 6 zijn zo goed als onbestaande. Morfologische beschrijving, al dan niet met attributenanalyse, vormt meestal de basis van lithische studies. Hierbij hebben de technologische studies ondertussen wel sterk aan belang gewonnen tegenover de louter typologische benadering. 7 8 9 10 11 Ruimtelijke analyse, vaak met GIS-toepassingen, wordt ook algemener aangewend, zowel op het inter- en intrasite niveau 12 13 14 als bij verspreidingsanalyse van mesolithische sites voor studies van landgebruik 15 16 17 18, en zelfs occasioneel in het kader van ‘predictive modelling.’ 19

Absolute dateringsmethoden werden tot in de jaren 1980 relatief weinig toegepast. Niet zozeer door de zeldzaamheid van dateerbaar materiaal in de gekende Vlaamse sites, maar doordat de 14C dateringen vaak slechte of onbetrouwbare resultaten door associatieproblemen gaven. 20 Vanaf de jaren 1990 is er sprake van een kentering. De ontwikkeling van AMS laat het gebruik van veel kleinere hoeveelheden toe, waardoor vaak individuele fragmentjes gedateerd kunnen worden in plaats van bulkmonsters. Hierdoor kan een veel strengere selectie van het te dateren materiaal worden doorgevoerd. Houtskool wordt nog slechts zelden weerhouden voor 14C dateringen, tenzij afkomstig uit duidelijk gesloten contexten zoals haardkuilen. De voorkeur gaat steeds vaker uit naar potentiële voedselresten (verkoolde hazelnoten, verbrand bot of in contexten met een betere bewaring bot met snijsporen of aardewerkresten met organische verschraling of aankoeksel). Deze aanpak heeft in Verrebroek en Doel voor belangrijke vooruitgang gezorgd in de mesolithische chronologie. 21 Rond 14C dateringen wordt in dit kader tevens methodologisch werk verricht. 22 23 Methodologische studies rond de analyse van voedselresten op aardewerk wordt momenteel eveneens uitgevoerd. 24 25

Op het terrein werden eind jaren 1990 nieuwe prospectietechnieken door middel van boringen ingevoerd, 26 waarmee zowel prospectie van voorheen niet prospecteerbare locaties als grootschalig waarderingsonderzoek werden aangevat. 27 28 Ondertussen worden deze prospectietechnieken algemeen toegepast.
Alhoewel er reeds vroeger aandacht was voor het natuurlijk milieu, 29 wordt dit onderzoek sindsdien ook grootschaliger en op landschappelijke basis georganiseerd. 30 31 32 33 34
Er wordt de laatste jaren meer en meer nagedacht over het verhogen van de efficiëntie van opgravingstechnieken, voornamelijk onder invloed van de economische druk in de preventieve archeologie. Vroeger stonden steentijdopgravingen vaak gelijk aan een gedetailleerde 3D-regeistratie van zowat alle vondsten. Tegenwoordig worden de vondsten steeds vaker ingezameld volgens een artificieel grid, waarbij de graad aan resolutie de grootte en de dikte van de gridvakken bepaalt. Ondanks het sporadisch testen van nieuwe technieken en materiaal (industriële zeefinstallaties), blijven deze handmatige en arbeidsintensieve traditionele technieken voorlopig de beste. 35 De keuze binnen deze technieken wordt dan wel zorgvuldig afgewogen tegen de bewaringstoestand, de wetenschappelijke vraagstelling en de tijdsdruk. 36 37 Aangezien steentijdopgravingen veruit het ‘duurste’ archeologische terreinwerk zijn per oppervlakte-eenheid, zou het ontwikkelen van efficiëntere technieken de organisatie van grootschalig terreinwerk gevoelig vergemakkelijken en daarmee een belangrijke impuls bieden wat betreft dataverwerving.

2 Balans van het theoretisch werk

2.1 Overzicht van theoretische ontwikkelingen:reflecties over de discipline

De geschiedenis van het mesolithisch onderzoek in Vlaanderen loopt nagenoeg parallel met die van het paleolithisch onderzoek. Publicaties over theorievorming of de theoretische ontwikkelingen in het mesolithisch onderzoek of jagers-verzamelaarsonderzoek in het algemeen zijn dan ook even schaars als voor het paleolithicum.38Op dit vlak is de impact van Vlaanderen tot dusver dan ook laag geweest.

  1. 1. Zie A 1.8.1 Paleolithicum. Overzicht van methodologische ontwikkelingen en toepassingen.
  2. 2. Crombé, P., Perdaen, Y., Sergant, J. & Caspar, J.P. 2001: Wear Analysis on Early Mesolithic Microliths from the Verrebroek Site, East Flanders, Belgium, Journal of Field Archaeology 28.3, 253-267.
  3. 3. Beugnier, V. & Crombé, P. 2005: Etude fontionnelle du matériel en silex du site Mésolithique ancien de Verrebroek (Flandres, Belgique): premiers résultats, Bulletin de la Société Préhistorique Française 102.3, 527-538.
  4. 4. Jacops, J., Noens, G. & Crombé, P. 2007: Onderzoek van een vroegmesolithische concentratie te Doel-Deurganckdok (zone J/L, concentratie 2), Notae Praehistoricae 27, 75-81.
  5. 5. Noens, G., Perdaen, Y. & Ryssaert, C. 2009: Towards a Refinement of the Early Mesolithic Chronology in sandy Flanders: a Technological Contribution. In: CROMBÉ, P., VAN STRYDONCK, M., SERGANT, J., BOUDIN, M. & M., B. (eds.), Chronology and Evolution within the Mesolithic of North-West Europe: Proceedings of an International Meeting, Brussels, May 30th-June 1st 2007, 113-130.
  6. 6. Deze studies kunnen zo belangrijke informatie i.v.m. functionaliteit en intrasite-chronologie leveren.
  7. 7. Noens, G. 2003: Een chronoculturele toewijzing van een lithische assemblage uit de site Doel-Deurganckdok (Zone B) door middel van een technotypologische - en een grondstofanalyse, onuitgegeven verhandeling Universiteit Gent .
  8. 8. Perdaen, Y. 2004: De lithische technologie van het finaal Paleolithicum en vroeg Mesolithicum: een studie aan de hand van enkele recent opgegraven vindplaatsen in de Wase Scheldepolders, onuitgegeven verhandeling Universiteit Gent.
  9. 9. Perdaen, Y., Crombé, P. & Sergant, J. 2008: Lithic Technology and the Cultural Identity of Early Mesolithic groups, Current Anthropology 49.2, 317-327.
  10. 10. Perdaen, Y., Crombé, P. & Sergant, J. 2008: Redefining the Mesolithic: Technological research in Sandy Flanders (Belgium) and its implications for north-western Europe In: Sørensen, M. & Desrosiers, P. (eds.), Technology in Archaeology, Proceedings of the SILVA Workshop: The Study of Technology as a method for gaining insight into social and cultural aspects of Prehistory, (Aarhus 2005), 125-147.
  11. 11. Dewilde, M. 2009: Schatten uit de gracht (verschillende archeologische bedenkingen. Een kijk op de omgeving. Vondsten uit de grachtvulling. Situering en conclusies). In: Het Blauw Kasteel. De (her)ontdekking van een fascinerend landsgoed in Moerbrugge, 78-93.
  12. 12. Sergant, J. 2004: De aantrekkingskracht van een zandrug. Ruimtelijke analyse van een vroeg-mesolithische site te Verrebroek-Dok, onuitgegeven verhandeling Universiteit Gent.
  13. 13. Nakken, H. 2006: Typologische en ruimtelijke analyse van een vroeg-mesolithische concentratie te Weelde-Eindegoorheide 3-4: locus 21, onuitgegeven verhandeling Vrije Universiteit Brussel.
  14. 14. Depraetere, D., Van Gils, M. & De Bie, M. 2008: Aanvullend archeologisch waarderingsonderzoek op het steentijdmonument Meer-Meirberg (Hoogstraten) en opgraving van de vroegmesolithische locus 7, onuitgegeven rapport.
  15. 15. Vanacker, V., Govers, G., Van Peer, P., Verbeek, C., Desmet, J. & Reyniers, J. 2001: Using Monte Carlo Simulation for the Environmental Analysis of Small Archaeologic Datasets, with the Mesolithic in Northeast Belgium as a Case Study, Journal of Archaeological Science 28, 661-669.
  16. 16. De Bie, M. & Van Gils, M. 2009: Mesolithic settlement and land use in the Campine region (Belgium) In: McCartan, S., Schulting, R., Warren, G. & Woodman, P. (eds.), Mesolithic horizons, Papres presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005, 282-287.
  17. 17. Sergant, J., Crombé, Ph. & Perdaen, Y. 2009: Mesolithic territories and land-use systems in north-western Belgium In: Mccartan, S., Schulting, R., Warren, G. & P., W. (eds.), Mesolithic Horizons. Papers presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005, 277-281.
  18. 18. VAN GILS, M., VANMONTFORT, B. & DE BIE, M. 2009: A history of Mesolithic occupation in the Belgian Campine region In: CROMBÉ, P., VAN STRYDONCK, M., SERGANT, J., BOUDIN, M. & BATS, M. (eds.), Chronology and Evolution within the Mesolithic of North-West Europe: Proceedings of an International Meeting, Brussels, May 30th-June 1st 2007, 261-276.
  19. 19. Finke, P., Meylemans, E. & Van de Wauw, J. 2008: Mapping the possible Occurence of Archaeological Finds by Bayesian Inference, Journal of Archaeological Science 35, 2786-2796.
  20. 20. Vermeersch, P.M. 2006: Reliability of the Stratigraphy and Spatial Structures of Late Pleistocene and Holocene Sites in Sandy Areas – Mesolithic-Neolithic Contacts in Central Benelux? In: Kind, C.-J. (ed.), After the Ice Age: Settlements, subsistence and social development in the Mesolithic of Central Europe, 297-303.
  21. 21. Crombé, P. (ed.) 2005: The Last Hunter-Gatherer-Fishermen in Sandy Flanders (NW Belgium): The Verrebroek and Doel Excavation Projects, Archaeologicial Reports Ghent University 3, Gent.
  22. 22. Crombé, P., Groenendijk, H. & Van Strydonck, M. 1999: Dating the Mesolithic of the Low Countries: some methodological considerations In: Evin, J., Oberlin, C., Daugas, J.P. & Salles, J.F. (eds.), Actes du 3e Congrès International "14C et Archéologie" (Lyon, Avril 1998), 57-63.
  23. 23. Van Strydonck, M., Ervynck, A., Boudin, M., Van Bos, M. & Dewilde, R. 2009: The relationship between 14C content, d 13C and d15N values in bone collagen and the proportion of fish, meat and plant material in the diet: a controlled feeding experiment In: Chronology and Evolution in the Mesolithic of North-West Europe. Proceedings of an international meeting, Brussels, May 30th-June 1st 2007, 541-555.
  24. 24. Crombé, P. (ed.) 2005: The Last Hunter-Gatherer-Fishermen in Sandy Flanders (NW Belgium): The Verrebroek and Doel Excavation Projects, Archaeologicial Reports Ghent University 3, Gent.
  25. 25. Boudin, M., Van Strydonck, M. & Crombé, Ph. 2009: Radiocarbon dating of Pottery Food Crusts: Reservoir Effect or Not? The Case of the Swifterbant Pottery from Doel “Deurganckdok” (Belgium) In: CROMBÉ, P., VAN STRYDONCK, M., SERGANT, J., BOUDIN, M. & BATS, M. (eds.), Chronology and Evolution within the Mesolithic of North-West Europe: Proceedings of an International Meeting, Brussels, May 30th-June 1st 2007, 541-555.
  26. 26. Crombé, P. & Meganck, M. 1996: Results of an auger survey research at the early mesolithic site of Verrebroek "Dok" (East-Flanders, Belgium), Notae Praehistoricae 16, 101-115.
  27. 27. Bats, M. 2007: The Flemish Wetlands: an archaeological survey of the valley of the River Scheldt In: Barber,, Clark, C., Cressy, M., Crone, A., Hale, A., Henderson, J.C., Housley, R., Sands, R. & Sheridan, A. (eds.), Archaeology from the wetlands. Recent perspectives. Proceedings of the 11th WARP conference (Edinburgh 2005), 93-100.
  28. 28. De Bie, M. & Van Gils, M. 2009: Mesolithic settlement and land use in the Campine region (Belgium) In: McCartan, S., Schulting, R., Warren, G. & Woodman, P. (eds.), Mesolithic horizons, Papres presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005, 282-287.
  29. 29. Vermeersch, P., Munaut, A. & Paulissen, E. 1974: Fouilles d'un site du Tardenoisien final à Opglabbeek - Ruiterskuil (Limbourg belge), Quartär 25, 85-104.
  30. 30. Crombé, P. (ed.) 2005: The Last Hunter-Gatherer-Fishermen in Sandy Flanders (NW Belgium): The Verrebroek and Doel Excavation Projects, Archaeologicial Reports Ghent University 3, Gent.
  31. 31. Bats, M., De Reu, J., De Smedt, P., Antrop, M., Bourgeois, J., Court-Picon, M., De Maeyer, P., Finke, P., Van Meirvenne, M., Verniers, J., Werbrouck, I, Zwertvaegher, A. & Crombé, P. 2009: Geoarchaeological research of the large palaeolake of the Moervaart (municipalities of Wachtebeke and Moerbeke-Waas, East Flanders, Belgium). From Late Glacial to Early Holocene, Notae Praehistoricae 29, 105-112.
  32. 32. De Bie, M. & Van Gils, M. 2009: Mesolithic settlement and land use in the Campine region (Belgium) In: McCartan, S., Schulting, R., Warren, G. & Woodman, P. (eds.), Mesolithic horizons, Papres presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005, 282-287.
  33. 33. Perdaen, Y., Crombé, P. & Sergant, J. 2008: Lithic Technology and the Cultural Identity of Early Mesolithic groups, Current Anthropology 49.2, 317-327.
  34. 34. Perdaen, Y., Crombé, Ph. & J., S. 2009: The use of quartzite as a chrono-cultural marker in the Mesolithic cultures of the Low Countries In: Sternke, F.:E. & Costa, L.-J. (eds.), Non-flint Raw Material Use in Prehistory Old Prejudices and New Direction, Proceedings of the XVth Congress of the "Union International de Sciences Pré- et Protohistoriques”, Lisbon, 2006, , 221-224.
  35. 35. Yperman, W., Van Neste, T. & Vanmontfort, B. 2010: Lommel Kristalpark fase 3B. Archeologische prospectie, onuitgegeven rapport, K.U.Leuven.
  36. 36. Ryssaert, C., Perdaen, Y., De Maeyer, W., Laloo, P., De Clercq, W. & Crombé, P. 2007: Searching for the Stone Age in the harbour of Ghent. How to combine test trenching and Stone Age Archaeology, Notae Praehistoricae 27, 69-74.
  37. 37. Yperman, W., Van Neste, T. & Vanmontfort, B. 2010: Lommel Kristalpark fase 3B. Archeologische prospectie, onuitgegeven rapport, K.U.Leuven.
  38. 38. Zie A 1.8.2 Paleolithicum. Overzicht van theoretische ontwikkelingen.