In Bouwen door de Eeuwen heen is het funerair erfgoed voornamelijk aanwezig bij de beschrijving van de (omgeving van) kerken, nl. bij de beschrijving van de kerkhoven met hun belangrijkste grafmonumenten. Recentere begraafplaatsen hebben in de jongere boekdelen ook hun plaats, afhankelijk van de aanwezigheid van waardevolle grafmonumenten zoals bijv. Oostende. Er is echter geen systematische, gelijkmatige inventarisatie gebeurd van dit type erfgoed.
Sinds januari 2004 is er een nieuw decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging dat de federale wetgeving moet vervangen. Deze materie valt onder Binnenlands Bestuur, een bevoegdheid van minister Marino Keulen. Het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, treft in hoofdstuk VIII een regeling betreffende graven met lokaal historisch belang. Steden en gemeenten worden verplicht een lijst op te maken met te bewaren erfgoed, waarvoor zij de zorg gedurende 50 jaar op zich nemen. Wanneer de lokale besturen aan deze verplichting verzaken, kan de Vlaamse overheid, bijvoorbeeld op vraag van een lokale vereniging, de lijst goedkeuren. Om erfgoedverenigingen te helpen bij het opstellen van een kwalitatieve lijst, heeft VCM samen met Epitaaf vzw een basis-inventarisatiefiche ontwikkeld. Artikel 18 van het decreet vraagt dat "Een afschrift van de bekrachtigde lijst met plan wordt bezorgd aan de Vlaamse minister, bevoegd voor de monumenten en de landschappen." Het is tot nog toe niet duidelijk hoe deze informatie zal gecentraliseerd worden. De VCM-inventarisfiche werd door verschillende gemeenten al opgevraagd en werd door Prof. Linda Van Santvoort (UGent) ondertussen vereenvoudigd. De gegevens kunnen verzameld worden in een Accessdatabank die door VCM en Epitaaf ter beschikking gesteld wordt.
De opmaak van inventarissen van funerair erfgoed kent al een lange geschiedenis. Een belangrijke actor is de vzw Epitaaf, die als een van hun belangrijkste doelstellingen heeft : het inventariseren van kerkhoven, begraafplaatsen en grafmonumenten met historisch, cultureel, urbanistisch, sociaal, architectonisch of thanatologisch belang .
Een algemeen probleem in België is het ontbreken van centraal verzamelde gegevens over de identiteit van oorlogsslachtoffers en soldaten die begraven liggen op de oorlogskerkhoven van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Voor een vollediger overzicht kan men bij de vzw terecht; wij belichten hier enkele databanken en publicaties die recent gemaakt werden. Voor een aantal gemeenten werd ondertussen het initiatief genomen om een inventaris op te maken. Een overzicht van deze gemeenten is er niet. Centralisatie van de gegevens zou interessant zijn vanuit wetenschappelijk oogpunt.
- Ann Bulcke maakte in 2003 een inventaris van de begraafplaatsen van Kortemark, Handzame, Zarren en Werken.
- Een gelijkaardig project liep in Koksijde, Oostduinkerke en Wulpen: de publicatie van Evy Van de Voorde zal in november 2008 voorgesteld worden.
- De heemkundige kring 't Zwin rechteroever maakte in 2006 een inventaris van de begraafplaatsen van de gemeente Damme op.
- Voor de stedelijke begraafplaatsen in Antwerpen vond een uitgebreide inventarisatie plaats. De website over de Antwerpse begraafplaatsen is een privé-initiatief. In de eerste plaats is het de bedoeling om de begraafplaats Schoonselhof, niet voor niets het Antwerpse Père Lachaise genoemd, bij een zo breed mogelijk publiek bekend te maken. Dit kan door het aanbieden van algemene rondleidingen op deze 84 hectare grote dodenakker of, voor we iets meer wenst, e door het organiseren van themawandelingen. Deze rondleidingen zijn steeds mogelijk voor verenigingen maar kunnen, op welbepaalde data, ook door de individuele bezoeker gedaan worden.
Een tweede doelstelling van deze website is het inventariseren van het belangrijk funerair erfgoed dat op de begraafplaats Schoonselhof, maar bij uitbreiding op alle andere Antwerpse begraafplaatsen, aanwezig is. Niet alleen de rustplaatsen van figuren die een rol speelden in de geschiedenis van Antwerpen en omstreken komen aan bod maar de website heeft ook oog voor de talrijke prachtige grafmonumenten die onze begraafplaatsen rijk zijn. Ook het inventariseren van belangrijk lokaal funerair erfgoed geniet onze belangstelling. De informatie haalde men grotendeels uit de talrijke archieven die de stad Antwerpen rijk is, maar onze dank gaat in de eerste plaats uit naar de mensen die er het beheer en onderhoud voor hun rekening nemen. Tevens mag de inbreng van de heemkundige kringen niet onderschat worden.
- Iemand die in Antwerpen maar ook daarbuiten bijv. Lokeren erg actief is op het vlak van inventariseren van funerair erfgoed is Annemie Havermans.
- Turninum-Volksmuseum Deurne vzw maakt sinds 1976 een inventarisatie op van het funerair erfgoed op het Sint-Fredegandusbegraafpark en het Sint-Rochusbegraafpark. De inventaris bestaat uit ca. 8000 papieren inventarisfiches. Deze bevatten grondplannen van de begraafperken, dossiers per graf voor de beschermde zone van Sint-Fredegandus, verslagen van de Beheerscommissie en een fotoarchief van alle items.
De doelstelling is om het historische gedeelte van Sint-Fredegandus gedetailleerd te inventariseren (concessiehouders, bouwstijlen, symboliek, steensoorten enz.). Bij Sint-Rochus is er vooral aandacht voor concessionarissen. De inventarisatie is gebaseerd op vrijwilligerswerk zonder enige logistieke of financiële steun. Digitalisering is gepland: het DICE-programma is beschikbaar. Men zoekt vrijwilligers om de gegevens in te geven. Er is een website in voorbereiding (nu enkel introductie). Er is tevens een bezoekersgids voor het Sint-Fredegandusbegraafpark, uitgegeven door het district Deurne.
- In de reeks van de "Kleine Cultuurgidsen" van de provincie Oost-Vlaanderen zijn een aantal inventarissen van funerair erfgoed verschenen, zij het dat ze beide sterk selecteren en dus niet exhaustief zijn.
- "Het Campo Santo van Sint-Amandsberg" is een beknopte monografie over een van de merkwaardigste begraafplaatsen in Vlaanderen. Ze laat u kennismaken met een uitzonderlijke concentratie aan gedenktekens voor figuren die in het culturele, economische en politieke leven een vooraanstaande rol hebben gespeeld. De publicatie is beperkt tot de periode van de aanleg van de begraafplaats in 1847 tot 1878. Deze tijdsspanne valt ongeveer samen met de geschiedenis van het oudste en historisch waardevolste gedeelte van de 'heldenheuvel'. In een eerste deel beschrijft men de geschiedenis van het Campo Santo en wordt er komaf gemaakt met de misvattingen en legendes die leven rond deze begraafplaats. De ontwerpers en de uitvoerders van de grafmonumenten komen in een volgend deel aan bod en worden opgedeeld in drie hoofdgroepen: de steenhouwers, de beeldhouwers en de architecten. Ten slotte worden 10 belangrijke graven en hun historische achtergrond belicht. Achteraan is ook een lijst met funeraire symbolen opgenomen.
- De vzw Gent Cultuurstad, die belast is met de uitvoering van het convenant cultureel erfgoed tussen de Vlaamse Regering en de Stad Gent, heeft de bekendmaking van het stedelijk funerair erfgoed ingeschreven in haar werking voor het jaar 2001. Het lag voor de hand dat de bekendste begraafplaats van Gent, het Campo Santo, het eerst aan bod zou komen. Daartoe kon een beroep worden gedaan op Luc Lekens, lid van het Campo Santocomité, iemand die sinds vele jaren geduldig alle mogelijke informatie heeft ingezameld. Johan Decavele, directeur Dienst Culturele Zaken van de stad Gent, stond in voor de eindredactie. "Het Campo Santo in 131 levensverhalen" Het Campo Santo in Sint-Amandsberg wordt wel eens de merkwaardigste begraafplaats van Vlaanderen genoemd. Op de lijst van graven die door het Campo Santocomité worden beschermd staan zo'n honderddertig namen van belangrijke figuren uit de wereld van kunst en cultuur, wetenschap, politiek en industrie. De waardevolle grafmonumenten maken van dit kerkhof een waar openluchtmuseum.
- "De Westerbegraafplaats van Gent" geeft een beeld van de enorme rijkdom aan grafvormen op dit 'Geuzenkerkhof'. De voorgeschiedenis vertelt hoe de Westerbegraafplaats niet alleen ontworpen werd als rustplaats voor alle doden, maar ook als wandelplaats voor de levenden en terecht een 'jardin des morts' werd genoemd. De verschillende grafvormen worden ingedeeld in enkele grote groepen: baldakijnen, minitempels als grafkapellen, tempelportieken, deurportieken, beelden als graftekens en graven als reclameborden. In een volgend deel bespreekt men de uitzonderlijke openheid van deze begraafplaats voor alle gezindten, zowel katholieken als vrijmetselaars en vrijzinnigen werden er te rusten gelegd. Ten slotte wordt er een bloemlezing gegeven van enkele merkwaardige graven.