2.5.1.6 Industrieel erfgoed

In het hoofdstuk van de inventarissen kunnen we ook de subcategorie van de inventarissen van het industrieel erfgoed plaatsen. Voor een verdere precisering van de stand van het onderzoek van het industrieel erfgoed verwijzen we naar de gelijknamige subcategorie in het hoofdstuk bouwkundig erfgoed.

Voor wat het onroerende van het industrieel erfgoed betreft, is de reeks Bouwen door de eeuwen heen nog steeds het meest gebiedsdekkende werk. Dit geldt echter alleen voor de latere publicaties waarin het industrieel erfgoed werd opgenomen. De oudste publicaties vormen hierin een leemte.

Over het algemeen zijn er voor het specifieke onderdeel van het industrieel onroerend erfgoed nog maar weinig inventarissen beschikbaar. Een eerste inventaris kwam er in 1986 met de publicatie van Industriële Archeologie in België door Patrick Viaene, met bijdragen van René De Herdt. De publicatie omvat het volledige land en behandelt alle typologieën. Jammer is dat de beschrijvingen erg kort zijn en dat er niet voor alles beeldmateriaal voorzien is. Hoewel deze informatie ondertussen verouderd is, is het nog steeds de enige inventaris die zo gebiedsdekkend en algemeen is. 1

De beschikbare inventarissen handelen voornamelijk over een deelonderwerp van de industriële archeologie. Zo springen de in boekvorm gepubliceerde inventarissen wat betreft het molenpatrimonium het meest in het oog. Zij waren zeker bij heemkundige kringen een geliefd onderwerp vanaf de jaren 1970. In West-Vlaanderen werden zowel wind-, water- als rosmolens door het provinciebestuur op een wetenschappelijke manier onderzocht en gepubliceerd onder leiding van Luc Devliegher. 2
Vele moleninventarissen werden opgesteld door Herman Holemans en uitgegeven door de studiekring ‘Ons Molenheem’. 3 4 5 6 7 8 9 Deze vaak regionale inventarissen willen een aanzet geven tot onderzoek, maar zijn vaak geen uitgebreide inventarissen en bevatten weinig informatie. Vaak gaat het om volgende gegevens: molennaam, waterloop, oprichtingsdatum, aard van de molen, kadasternummer, plaatsaanduiding in de gemeente,…met weinig aandacht voor het technische aspect van de molens.
Een zeer uitgebreide databank is deze van de molenecho’s ( de databank maakt deel uit van de molendatabase), die het volledige grondgebied van Vlaanderen beslaat en alle soorten molens opneemt. Per molen is er een fiche voorzien met zoveel mogelijk informatie en een korte beschrijving met bibliografie. Eveneens is elke fiche voorzien van fotomateriaal. Ook de databank van molenwacht Oost-Vlaanderen biedt een goed overzicht en wil alle molens van de provincie grondig in kaart brengen. De hedendaagse toestand wordt aan de hand van foto's en teksten gedetailleerd verzameld in een databank. Deze gegevens kunnen worden geraadpleegd met het oog op restauratie en wederopbouw van een molen. Deze databank is aan de vorige databank gelinkt per fiche. De belangrijkste publicaties en databanken bieden samen een volledig, grotendeels wetenschappelijk verantwoord overzicht van het molenbestand in Vlaanderen.

Voor andere deelthema’s binnen het industriële erfgoed zijn de inventarissen veel schaarser. Een aantal werken is zeer bruikbaar, omdat ze een volledig en zeer gespecialiseerd overzicht bieden van de typologie in Vlaanderen of zelfs België en dus gebruikt kunnen worden als basis voor een gespecialiseerd beleid. Wij denken aan de 'Stationsarchitectuur in België' 10 11 en 'Watertorens in België'. 12
‘Stationsarchitectuur in België’ wil een eerste stap zetten naar de inventarisatie van het Belgische spoorwegpatrimonium, door de stationsgebouwen te behandelen. Het werk hanteert een ordening volgens bouwstijl en typologie en is zeer rijk geïllustreerd.
‘Watertorens in België’ is een grondige studie rond de verschillende types watermolens en bevat een overzichtslijst van alle bestaande watertorens in België met kort weergeven het adres, het bouwjaar en de typologie.

Een recent opgestart inventarisatieproject dat zal uitmonden in een databank betreft de fabrieksschouwen in Vlaanderen, 'belforten van de arbeid'. Deze inventaris heeft niet tot doel een wetenschappelijke inventaris te zijn, maar dient om de belangstelling voor fabrieksschouwen op te wekken en onder de aandacht te brengen.

Geleidelijk aan komen er steeds meer regionale projecten die aandacht hebben voor streekgebonden industrieel erfgoed. Zo komt er bijvoorbeeld een inventaris van het industrieel erfgoed in de Rupelstreek (publicatie voorzien in maart/april 2008) in opdracht van het samenwerkingsverband Musea Rupelstreek. De doelen van deze inventaris zijn het onroerende in kaart brengen en eveneens het grote publiek laten kennis maken en sensibiliseren rond onroerend erfgoed. Nog een voorbeeld hiervan is de recente inventaris van het bouwkundig hoperfgoed in de Westhoek met medewerking van de vereniging De Keteniers. 13 14 15 16

Er komen ook steeds meer databanken online die betrekking hebben op het industriële erfgoed. Verder zijn er nog de databanken van de erfgoedcellen. Bijvoorbeeld voor het industriële erfgoed kunnen volgende beeldbanken van belang zijn: de beeldbank van het mijnerfgoed van de Mijn-erfgoedcel en de beeldbank van het vlaserfgoed binnen de Provinciale Dienst voor Cultuur van West-Vlaanderen. De beeldbank van de Mijn-erfgoedcel wil voornamelijk het beeldmateriaal van de mijnstreek bekend maken bij de bewoners van de mijnstreek en het roerend erfgoed van de mijnstreek zo ontsluiten en promoten. Haar doel is dus niet wetenschappelijk.

De twee verenigingen die in het Vlaamse landschap actief zijn op het vlak van het industrieel erfgoed zijn de koepelverenging en het contactforum Steunpunt voor Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed (SIWE www.siwe.be 1996) en de vrijwilligersvereniging Vlaamse Vereniging voor Industriële Archeologie vzw (VVIA – Vlaanderen en Brussel – http://www.vvia.be - 1978). VVIA heeft niet tot doel om inventarissen op te stellen. Wel sporen ze aan tot medewerking aan dergelijke initiatieven. SIWE lanceert en ondersteunt inventariscampagnes. Beide verenigingen hebben een tijdschrift, namelijk SIWE-Magazine en Industrieel Erfgoed in Vlaanderen, sinds 2000 verder gezet in het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Erfgoed van Industrie en Techniek. Nog een tijdschrift in het landschap van het industrieel erfgoed is TIC (Tijdschrift voor Industriële Cultuur) dat gepubliceerd wordt door het MIAT (Museum voor Industriële Archeologie en Techniek).

Er komen dus geen inventarissen van de grote koepelverengingen, maar meer uit de hoek van regionale en lokale verenigingen. Zo zijn bijvoorbeeld vele kleinere moleninventarissen opgesteld door de vereniging Ons Molenheem. Voor de molens is er het tijdschrift Molenecho’s, Vlaams tijdschrift voor molinologie.

De "Belgian Aviation History Association" (BAHA) maakt sinds 2006 een database van "aviation heritage" of erfgoed van de luchtvaart in België. De inventaris bevat ca. 1100 items, nl. sites die belangrijk zijn voor de Belgische luchtvaartgeschiedenis. De inventaris groeit sterk en snel aan, waardoor de vereniging IT-support nodig heeft. De vereniging maakte een bundel van zijn eerste resultaten in 2007. 17

Vindplaatsen

Het MIAT bevat een uitgebreide bibliotheek die zich gespecialiseerd heeft in alles wat met industriële cultuur te maken heeft. Deze bibliotheek heeft een databank die echter online niet te raadplegen is. Verder werkt het MIAT mee aan de Bibliografie industriële archeologie en industrieel erfgoed – België. Dit is een zeer uitgebreide onlinebibliografie, die sinds 1991 jaarlijks verder gezet wordt in het TIC. Het moet gezegd dat niet alle werken aanwezig zijn in de bibliotheek van het MIAT.

Voor de provincie Oost-Vlaanderen bestaat er een grondig overzichtswerk met een uitgebreide bibliografie voor het industrieel erfgoed. 18

  1. 1. Viaene, P. & De Herdt, R. 1986: Industriële archeologie in België - 2, Industriele archeologie in België - industrieel-Archeologische Kaart van België, Gent.
  2. 2. Devliegher, L. 1984: De molens in West-Vlaanderen, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen 9, Tielt - Amsterdam.
  3. 3. Holemans, H. 2006: Oostvlaamse wind- en watermolens - Kadastergegevens 1835-1990 - Deel 6 - Gemeenten O-R, Rotem.
  4. 4. Holemans, H. 2005: Wind- en watermolens in de provincie West-Vlaanderen - Kadastergegevens - deel 8 (W-Z), Opwijk.
  5. 5. Holemans, H. 2004: Oostvlaamse wind- en watermolens - Kadastergegevens 1835-1990 - Deel 5 - Gemeenten M-N , Rotem.
  6. 6. Holemans, H. 2002: Oostvlaamse wind- en watermolens - Kadastergegevens 1835-1990 - Deel 4 - Gemeenten K-L , Rotem.
  7. 7. Holemans, H. 2000: Oostvlaamse wind- en watermolens - Kadastergegevens 1835-1990 - Deel 3 - Gemeenten G-H-I , Rotem.
  8. 8. Holemans, H. 1998: Oostvlaamse wind- en watermolens - Kadastergegevens 1835-1990 - Deel 2 - Gemeenten D-E, Rotem.
  9. 9. Holemans, H. 1996: Oostvlaamse wind- en watermolens - Kadastergegevens 1835-1990 - Deel 1 - Gemeenten A-B, Kinrooi.
  10. 10. De Bot, H. 2002: Stationsarchitectuur in België - deel I. 1835-1914, Turnhout.
  11. 11. De Bot, H. 2003: Stationsarchitectuur in België - deel 2, Turnhout.
  12. 12. Van Craenenbroeck, W. 1991: Eenheid in verscheidenheid - Watertorens in België, Brussel.
  13. 13. Vandermarliere, G. s.d: De kroniek van de Poperingse Hoppeteelt 1800-1850, Poperinge.
  14. 14. Vandermarliere, G. s.d: De kroniek van de Poperingse Hoppeteelt 1851-1868, Poperinge.
  15. 15. Vandermarliere, G. s.d: De kroniek van de Poperingse Hoppeteelt 1869-1885, Poperinge.
  16. 16. Vandermarliere, G. 2005: De kroniek van de Poperingse Hopteelt, 1800-1850, Poperinge.
  17. 17. Van Humbeek, F. 2007: Gids voor het Belgisch luchtvaartpatrimonium, Erembodegem.
  18. 18. Bracke, N. 2000: Bronnen voor de industriële geschiedenis. Gids voor Oost-Vlaanderen (1750-1945), Gent.