Hoewel het accent van deze bijdrage op het onderzoek van het bouwkundig erfgoed ligt, is het toch nuttig om aan te vangen met een zeer beknopt overzicht van de bronnen en de literatuur over de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog in het algemeen.
Als grote overzichtswerken die de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog in België schetsen, gelden de werken van Luc De Vos 1 2 en Sophie De Schaepdrijver. 3 Daarnaast zijn er enorm veel publicaties over de Grote Oorlog en er komen er constant nieuwe bij. Een overzicht van deze publicaties krijgt men door de bibliografieën van de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog, uitgegeven door het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis. 4 5 Voorlopig is er geen vervolgpublicatie beschikbaar die de werken van na 2000 behandelt, maar er wordt gedacht om deze tegen 2014 te voorzien. 6
In 2007 verscheen er voor de provincie West-Vlaanderen een bibliografie met artikels uit heemkundige en historische tijdschriften. 7 Voor een bibliografisch overzicht van de publicaties die betrekking hebben op de Westhoek kan men terecht op de website van ‘Wereldoorlog 1 in de Westhoek’.
Over de deelaspecten van de geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog zijn er ontelbare boeken verschenen. Sinds enkele jaren kent men een grote opleving van publicaties die het verhaal van de Eerste Wereldoorlog brengen. In 2008 was het immers negentig jaar geleden dat de Eerste Wereldoorlog eindigde. Het grootste aandeel hierin heeft de provincie West-Vlaanderen, waar het front was gelegen. Zo werden en worden hierover bijvoorbeeld bij uitgeverij De Klaproos verschillende boeken gepubliceerd. 8 9 10 11
Er zijn ook toeristische gidsen die het grote verhaal van de oorlog brengen. Een recent voorbeeld hiervan is de gids ‘Reisgids naar de Eerste Wereldoorlog. Musea, forten, kaarten, historie slagvelden, wandelroutes, oorlogskerkhoven’. 12 Deze zeer uitgebreide gids geeft de historiek van de Eerste Wereldoorlog weer met de locaties die herinneren aan de oorlog en die men kan bezoeken. De Duitse inval, de bezetting, het IJzerfront, de geallieerde frontsector en de bevrijding en haar nasleep worden behandeld. De gids bevat uitgestippelde routes, kaarten en foto’s. Bij de locaties wordt duidelijk beschreven wat er zich tijdens de oorlog afspeelde.
Verder zijn er nog lokale initiatieven die het verslag van de Eerste Wereldoorlog brengen. Zo betrekken verschillende heemkundige kringen het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in hun activiteiten. Voorbeelden zijn de heemkundige kring van Zemst , ‘de Semse’, ‘de Brakken,’ de heemkundige kring van Oelegem (deelgemeente van Ranst), 13 14 15 de heemkring ’t Hoefyser uit Rijmenam 16 17 en de heemkring Wiosello uit Veldwezelt (deelgemeente van Lanaken). 18
De zuidelijke Westhoek krijgt zeer veel aandacht in het onderzoek naar Wereldoorlog I. Maar ook in de noordelijke Westhoek vond een vreselijke oorlog plaats aan het IJzerfont. In 2008 werd de werkgroep ‘Verhaallijn van het IJzerfront 2014-2018’ opgericht. Men wil door de oprichting van deze werkgroep, getrokken door de gemeente Diksmuide, het verhaal van het Belgisch-Duitse front beter kunnen structureren en coördineren en op bovengemeentelijk niveau tillen.
In de noordelijke Westhoek bevinden zich ook verschillende toeristische locaties die betrekking hebben op de oorlog. Zo is er de IJzertoren die de geschiedenis brengt van de Vlaamse ontvoogding. De dodengang in Diksmuide brengt het militaire verhaal in beeld. Verder zijn er nog een aantal musea achter het front die een verslag kunnen brengen van het leven dat zich daar afspeelde tijdens de oorlog. Zo was ‘de Groote Oorlog’ het jaarthema in 2009 van ‘Het Mout- en Brouwhuis de Snoek’ in Alveringem. In het kader hiervan werd ‘Bier aan het IJzer front. Het verhaal van de dorst in de Grote Oorlog’ gepubliceerd. 19 Deze publicatie heeft aandacht voor het verhaal van de noordelijke Westhoek en de herdenking 2014-2018. Het boek gaat voornamelijk over het immateriële verhaal van het brouwen, het leven achter het front, de soldaten, …
Naar aanleiding van de herdenkingen 2014-2018 wil men de historische abdijschuur Ten Bogaerde in Koksijde uitbouwen als speerpunt bij de toeristische valorisatie van de noordelijke Westhoek, de sector van het Belgische leger. Men wil tonen dat de streek meer is dan de geschiedenis van een frontlijn en dat er nood is aan een project over het leven achter het front. Zo wil men het verhaal brengen van de Belgische soldaten zowel aan het front als achter het front, en van het dagelijkse leven in oorlogstijd. Er zouden thematische tentoonstellingen worden georganiseerd rond de noordelijke Westhoek en over de Belgische soldaten 14/18. Verder wil men ook samenwerken met initiatieven die in het binnenland plaatsvinden. Het bezoekerscentrum wil een uitvalbasis zijn voor de toeristen die het oorlogserfgoed van de noordelijke Westhoek bezoeken en wil mee toeristisch-culturele projecten coördineren en ondersteunen via samenwerking. Verder wil men een rol spelen in het historisch-kritisch onderzoek over de Eerste Wereldoorlog door beroep te doen op de nodige academische ondersteuning.
Tot slot: op het online forum over de Eerste Wereldoorlog kan men terecht voor alle deelaspecten met betrekking tot WO I. Hier kan men zowel een overvloed aan informatie vinden over uiteenlopende onderwerpen, als vragen stellen met betrekking tot WO I.
In Vlaanderen zijn er verschillende onderzoeksinstellingen, musea en archiefinstellingen waar men informatie vindt voor het onderzoek naar de Eerste Wereldoorlog. Hier geven we een overzicht van de belangrijkste instellingen.
Voor de oorlogsgeschiedenis van België is het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis een belangrijke instelling. Het documentatiecentrum van het museum bezit belangrijke archieven, een bibliotheek, een cartotheek (met kaarten van het Belgische front tijdens WO I) en een prentenkabinet (met een grote collectie foto’s uit WO I) die belangrijk zijn in de studie naar de Eerste Wereldoorlog. De Zaal 1914-1918 wordt binnenkort gerenoveerd. Het Koninklijk Legermuseum geeft ‘Vizier’ 20 uit en organiseert regelmatig tijdelijke tentoonstellingen. 21
Voor de studie van het vestingbouwkundig erfgoed kan men terecht bij het Simon Stevin Vlaams Vestingbouwkundig Centrum vzw. Deze vzw werkt aan verschillende inventarisprojecten als basis voor hun onderzoek. De vereniging heeft sinds 1976 een eigen mededelingenblad, nu uitgegeven als driemaandelijks tijdschrift onder de naam ‘Vesting’.
In Ieper bevindt zich het In Flanders Fields Museum (IFFM) en het Kenniscentrum IFFM met boeken, foto’s, frontkaarten, oude kranten, enz. Het documentatiecentrum heeft ook een databank met informatie over Belgische en Franse gesneuvelde militairen.
Het Talbothouse in Poperinge was tijdens de oorlog een soldatenhuis waar de ‘Every Man’s Club’ was gevestigd. Hier waren soldaten welkom om zich te ontspannen.22 Het museum brengt het verhaal van het leven achter het front en bezit een register van de bezoekers tussen 1915 en 1918. Het archief wil hier zoveel mogelijk informatie rond verzamelen bestaande uit dagboeken, brieven, foto’s, voorwerpen, …
Vanuit het Talbothouse is er ook een onderzoek gestart naar het Lijssenthoek Military Cemetery . Hier wil men het verhaal van de slachtoffers die er begraven liggen, onderzoeken om meer te weten te komen over de medische zorgverlening achter het front. Dit onderzoek moet inhoudelijke input geven aan het bezoekerscentrum dat eind 2012 de deuren opent. Eveneens wil men een databank maken als aanvulling op het register van de Commonwealth War Graves Commission (CWGC). Deze databank bevat vooral persoonlijke informatie over de slachtoffers die op Lijssenthoek begraven liggen.
In 2009 lanceerde de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek-, Archief- en Documentatiewezen (VVBAD) een oproep aan archiefbeheerders, tot het verzamelen van oorlogsaffiches uit de Eerste Wereldoorlog. Men wil werken aan een oplossing voor de bewaring en ontsluiting van deze affiches. Hiervoor dient men eerst in kaart te brengen waar en door wie deze oorlogsaffiches worden bewaard. De VVBAD is ook bezig met het in kaart brengen van archieven uit de Eerste Wereldoorlog.
Het Algemeen Rijksarchief is eigenaar van de ‘Archives de la Guerre’, een instelling die tijdens en kort na de Eerste Wereldoorlog de opdracht kreeg om zoveel mogelijk archief en documentatie te verzamelen over de oorlogstijd en zijn nasleep. Hierin werd ook een omvangrijk archief met oorlogsaffiches verzameld.
Het project Het Gekwetste Gewest van het Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) verzamelde uitgebreide informatie over de archieven die betrekking hebben op de wederopbouw in de Westhoek. Dit project resulteerde in een website en in een publicatie. 23
Een aantal erfgoedcellen zijn ook actief bezig met het onderwerp van de Eerste Wereldoorlog, zoals de Erfgoedcel CO7 van Ieper en omliggende dorpen. Deze erfgoedcel was al trekker van verschillende initiatieven, onder meer van de krantendatabank . Op deze website kun je digitaal verschillende historische lokale en regionale kranten bekijken die handelen over de regio Ieper - Poperinge. Dit ‘nieuws van toen’ kan een belangrijke bron zijn voor de geschiedenis van de oorlog en de wederopbouw vanuit lokaal oogpunt.
Ook TERF , de erfgoedcel van Roeselare en omgeving, werkt actief met het oorlogsverleden in het project ‘veertienachttien.’ Specifiek voor deze erfgoedcel is dat de gemeenten aan ‘de andere kant’ van het front lagen, namelijk in bezet België. Begin 2010 werd een eerste studie van het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in de TERF-regio voorgesteld, onder de vorm van een literatuurstudie 24 en een bibliografie. 25 De erfgoedcel heeft ook een lespakket voor kinderen ontwikkeld met als thema de Eerste Wereldoorlog.
Het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) bezit een groot deel van het archief van de zogenaamde ‘Mission Dhuicque.’ Het team van Eugène Dhuicque (23/10/1877 - 16/01/1955) kreeg in 1915 de opdracht om zowel de beschadigde als de onbeschadigde monumenten en kunstwerken in West- en Oost-Vlaanderen via foto’s en opmetingstekeningen te inventariseren. 26 Het VIOE bezit hiervan 280 bouwtekeningen en 359 glasnegatieven. Het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (KIK) bezit van het archief van de Mission Dhuicque 863 glasnegatieven en het Centre d’Information, de Documentation et d’Etude du Patrimoine bezit ook een niet nader omschreven deel van het archief. 27
Het VIOE bezit eveneens een omvangrijk deel van het archief van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML). Het gaat hier om het tekeningenarchief. Omdat de KCML in veel wederopbouwgemeenten actief was, is dit archief interessant voor de studie van de wederopbouw. De dossiers bij dit plannenarchief bevinden zich bij het Agentschap Ruimte en Erfgoed, verspreid over de verschillende provincies. 28
Het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) is een instelling die documentatie bijeenbrengt en onderzoek verricht over oorlogen en conflicten van de 20ste eeuw. Het centrum is voornamelijk gericht op de studie van de Tweede Wereldoorlog, maar kan ook interessant zijn voor de studie van de Eerste Wereldoorlog.
Er bestaat een aantal uitgegeven kaarten met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog. Op deze kaarten kan men de militaire campagnes lezen, alsook hun ‘achtergelaten’ erfgoed.
Voor het front in West-Vlaanderen werd op initiatief van ereluitenant-kolonel ing. Fons Wuyts van het Koninklijk Legermuseum in 2003 de toeristische kaart ‘In Flanders’ Fields. Militair erfgoed in West-Vlaanderen’ uitgebracht. 29 Deze toeristische kaart toont de locaties in West-Vlaanderen waar de gevolgen van de oorlog nog aanwezig zijn. Zo staan er onder andere musea, slagvelden, oorlogsmonumenten, toeristische routes, militaire begraafplaatsen en bunkers op vermeld. De kaart bevat ook een uitgebreid register. In 2008 bracht Wuyts ook een kaart uit voor heel België: ‘Belgium Battlefield of Europe’. 30 Deze kaart is de verbeterde herdruk van de ‘Kaart voor Militair Toerisme’ die in 1999 verscheen. Beide kaarten werden gepubliceerd door het Nationaal Geografisch Instituut.
Verder zijn er nog kaarten uitgegeven die het front van de Eerste Wereldoorlog in beeld brengen zoals de ‘Frontkaart, 1914-1918, IJzer – Ieper – Mesen – Passendale. De Grote Oorlog in de Westhoek’. Deze toeristische kaart geeft het volledige front weer. Meer dan 220 gedenktekens, 170 sites met oorlogsgraven, alle publiek toegankelijke bunkers en loopgraven, naam- en demarcatiestenen, mijnkraters, enz. worden gedetailleerd op kaart gelokaliseerd. Er hoort eveneens een bezoekersgids bij met de belangrijkste gebeurtenissen en te bezoeken sites. 31
Naast toeristische kaarten worden ook oude militaire kaarten heruitgegeven voor het publiek. Zo bracht The Naval & Military Press in 2008 een DVD uit met 700 loopgravenkaarten, ‘The National Archives’ van Groot-Brittannië onder de titel: ‘The national archives British trench map atlas. The Western front 1914-18 1:10,000 regular series. With an index of over 20,000 trench and topographical names and a commentary for each map’. 32
Heel wat instellingen hebben tegenwoordig een eigen beeldbank waar ze beelden ontsluiten voor het grote publiek. 33
Hier worden enkel de beeldbanken opgesomd die expliciet aandacht besteden aan de Eerste Wereldoorlog. 34
In de zuidelijke Westhoek werd heel wat beeldmateriaal uit private collecties verzameld en ontsloten via de beeldbank ‘Westhoek verbeeldt’. 35 36 Dit is een project gecoördineerd door de Erfgoedcel CO7. De beeldbank verzamelt sinds 2004 particulier beeldmateriaal over de zuidelijke Westhoek. De gemeenten Heuvelland, Ieper, Langemark-Poelkapelle, Poperinge, Vleteren, Zonnebeke en Mesen komen hier aan bod.
De ‘Beeldbank West-Vlaanderen’ bevat een ‘collectie W.O. I’ met 818 beelden. Deze beeldbank kan men geografisch doorzoeken, of op trefwoord, jaar, plaats van bewaring, materiaal, ...
Op de VIOE Beeldbank kan men eveneens een groot aantal foto’s vinden die betrekking hebben op de Eerste Wereldoorlog. Men kan in deze beeldbank zowel geografisch, via trefwoord, als thematisch via de thesaurus zoeken. Buiten recent fotomateriaal bevat de databank ook archieffoto’s en foto’s van plannen en tekeningen. Voor het oorlogserfgoed kan men onder andere zoeken naar oorlogsrelicten (108 resultaten).
Nieuw onder de beeldbanken in 2009 is ‘Mapit1418.nl.’ Deze website toont foto’s uit de Eerste Wereldoorlog van het Nationaal Archief (Nederland), Spaarnestad Photo en een aantal filmfragmenten van het Nederlandse Filmmuseum. Vaak is het niet bekend op welke plaatsen de foto's uit de collectie Eerste Wereldoorlog destijds zijn genomen. Het Nationaal Archief wil met deze website de kennis van de bezoekers inzetten om hierover meer te weten te komen.
Luchtfoto’s worden vaak gebruikt binnen het archeologisch en landschappelijk onderzoek naar de Eerste Wereldoorlog, maar kunnen ook een rol spelen bij het onderzoek naar de bouwkundige relicten. Bircher Stichelbaut maakte in 2009 aan de Vakgroep Archeologie van de Universiteit Gent een doctoraat over de mogelijkheden van historische luchtfotografie voor de slagveldarcheologie van WO I. 37 Stichelbaut focuste in zijn doctoraat voornamelijk op de regio tussen Nieuwpoort en de noordelijke rand van de Ieperboog. Momenteel is er een vervolgstudie opgezet die het gebied van de Ieperboog en het zuidelijke deel van de Westhoek behandelt, in samenwerking met de provincie West-Vlaanderen. 38
De provincie Antwerpen liet in 2008 door dezelfde vakgroep een inventaris opmaken en een analyse uitvoeren op de foto’s van de ‘verzameling-Zimmermann’ (1918). Dit onderzoek mondde uit in een brochure in de reeks ‘Archeologie in de provincie Antwerpen’. 39 Dit gaat om 46 ongekende luchtfoto’s die een neerslag vormden van drie militaire vluchten, uitgevoerd in januari 1918 van het fort Sint-Marie op de linkeroever van de Schelde tot aan het centrum van Turnhout. Deze foto’s zijn een bron voor de kennis van de militaire verdedigingswerken ten noorden van Antwerpen en langs het kanaal Turnhout - Schoten tijdens WO I.
De term ‘oorlogsrelicten’ is een zeer ruim begrip. Onder andere militaire begraafplaatsen, perken voor oud-strijders, observatieposten, bunkers en gedenktekens zoals demarcatiepalen, standbeelden en vredesbomen komen hiervoor in aanmerking. Niet al deze relicten zijn opgericht tijdens de oorlog. Gedenktekens en begraafplaatsen kunnen bijvoorbeeld lang na de oorlog tot stand zijn gekomen.
In de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed werden oorlogsrelicten sporadisch en niet consequent opgenomen en dan voornamelijk in de straatbeschrijvingen. In de recentere inventarissen in de provincie West-Vlaanderen wordt hieraan meer aandacht besteed en worden deze relicten apart opgenomen. De databank van het bouwkundig erfgoed in Vlaanderen is doorzoekbaar via de thesaurus, en men kan zoeken op termen zoals bunkers, militaire begraafplaatsen, militaire keukens en oorlogsmonumenten. Buiten deze databank is er geen algemene inventaris die gebiedsdekkend is voor Vlaanderen en het oorlogserfgoed behandelt.
Momenteel staan de oorlogsrelicten meer en meer in de belangstelling met herdenkingen in 2014 in het vooruitzicht. Voornamelijk in de provincie West-Vlaanderen zijn er globale inventarissen met oorlogsrelicten voorhanden. Het inventarisproject “Relicten uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek” (2003-2005) is hiervan het bekendste en wordt met bijhorende projecten dan ook in dit overzicht eerst in een apart punt behandeld. Hierna worden de kleinere, lokale inventarissen opgesomd. De inventarissen die een specifieke categorie van oorlogserfgoed behandelen, komen daarna per soort aan bod. 40
Tussen 2003 en 2005 vond er een snelinventarisatie plaats van relicten uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek.
Deze inventaris was een gemeenschappelijk project van de Vlaamse Gemeenschap en de Provincie West-Vlaanderen. De inventarisatie vond plaats binnen het project ‘Oorlog en Vrede in de Westhoek,’ een project dat wordt gecoördineerd door de provincie West-Vlaanderen en dat het verhaal van de Grote oorlog in de regio wil vertellen. De inventarisatie gebeurde ook in het kader van de (momenteel lopende) procedure om de Wereldoorlog I-relicten in dit gebied te laten erkennen als UNESCO-Werelderfgoed. De inventarisatie werd uitgevoerd door twee projectmedewerkers: Hannelore Decoodt en Nele Bogaert.
Deze inventaris is online beschikbaar, en men kan er zowel geografisch als thematisch in zoeken. Alle relicten zijn voorzien van een foto en gelokaliseerd op een kaart. Het is ook mogelijk om de volledige kaart met WO I-relicten te downloaden voor Google Earth of als shapefile voor de professionele GIS-gebruikers.
De inventaris bevat in de eerste plaats de nog aanwezige relicten van de Eerste Wereldoorlog langsheen de frontlijn en in het niet-bezette gebied van West-Vlaanderen. Omdat bepaalde sites of relicten in de Tweede Wereldoorlog opnieuw werden gebruikt, zijn ook die erin te vinden. Ook monumenten, begraafplaatsen en graven werden opgenomen – ongeacht wanneer ze tot stand kwamen: tijdens of (lang) na de Eerste Wereldoorlog.
Aan het begin van het inventarisatieproject waren er geen selectiecriteria vastgelegd. Elk relict dat ook maar enig verband hield met de Eerste Wereldoorlog werd er in opgenomen. Hierdoor krijgen we een nu vrij volledig beeld van de zichtbare nog bestaande oorlogsrelicten. In samenwerking met de provincie West-Vlaanderen zal deze inventaris worden geactualiseerd en uitgebreid naar de rest van de provincie vanaf 2010. De mogelijkheid om dit project uit te breiden naar de andere provincies in Vlaanderen wordt momenteel onderzocht.
In het streven om het oorlogslandschap van de Westhoek als UNESCO-Werelderfgoed te laten erkennen, werden er al verschillende oorlogsrelicten als monument beschermd. Deze beschermingcampagne, voorkomend uit bovenstaande inventaris, werd opgedeeld in thematische beschermingsrondes. In opdracht van het agentschap Ruimte en Erfgoed inspecteert Monumentenwacht Vlaanderen vzw sinds 2009 het West-Vlaamse Oorlogserfgoed opgenomen in deze inventaris. Naar aanleiding van de herdenkingen in 2014-2018 brengt men in kaart welke oorlogsrelicten een restauratie nodig hebben.
Op basis van het inventarisatieproject werden er ook verschillende publicaties uitgegeven. Het tijdschrift ‘In de Steigers. Erfgoednieuws uit West-Vlaanderen’ wijdde in 2006 een themanummer aan de Eerste Wereldoorlog. 41 Het tijdschrift ‘Monumenten & Landschappen” wijdde in 2007 eveneens een themanummer aan de ‘Groote Oorlog’. 42
Een aantal projecten bouwt voort op de studie van de oorlogsrelicten in de Westhoek.
In 2006 verscheen het boek ‘De laatste getuige. Het landschap van Wereldoorlog I in Vlaanderen’. 43 Dit boek kwam er naar aanleiding van het project ‘Inventarisatie relicten uit de Eerste Wereldoorlog in de Westhoek’ en de tentoonstelling ‘De laatste getuige. Het oorlogslandschap in de Ieperboog’ in het In Flanders Fields Museum in Ieper. De historische informatie van de Eerste Wereldoorlog wordt er gekoppeld aan de oorlogssites en -relicten.
In deze publicatie en in de twee themanummers, hierboven beschreven, worden ook voor de eerste maal de meest voorkomende types van oorlogsrelicten uitgebreid behandeld. 44 45 46 Het gaat hier om militaire begraafplaatsen, gedenktekens, militaire verdedigingswerken en andere sporen van de oorlog.
In 2010 publiceerde het VIOE een handleiding voor het behoud en het beheer van oorlogserfgoed. 47 De studie behandelt volgende oorlogsrelicten: bunkers en schuilplaatsen, barakken en andere tijdelijke oorlogsconstructies en oorlogsbegraafplaatsen en oorlogsgraven. De handleiding geeft praktische tips en suggesties over onderzoek, instandhouding, beheer en publieke ontsluiting.
In navolging van deze projecten loopt er momenteel in opdracht van het VIOE een onderzoek naar de opmaak van een geïntegreerde inventaris onroerend erfgoed WO I op het grondgebied van de gemeente Zonnebeke (deelgemeenten Zonnebeke en Passendale). Hierbij wordt zowel het bouwkundig, het landschappelijk en het archeologisch erfgoed bestudeerd. Deze studie zal resulteren in een publicatie (2010-2011).
Lokale inventarissen hebben vaak aandacht voor het oorlogserfgoed in hun gemeente of streek. Een voorbeeld hiervan is ‘Koksijde, tuinen van eeuwige rust. Inventaris van het funerair erfgoed’ gemaakt in opdracht van de gemeente Koksijde door Evy Van de Voorde. 48 In deze publicatie werd ook erfgoed van de Eerste Wereldoorlog opgenomen zoals oorlogsgedenktekens, gedenkplaten en monumenten.
Sommige gemeenten of lokale verenigingen hebben een specifieke inventaris van het oorlogserfgoed. Of men lokaal aandacht besteedt aan het oorlogserfgoed hangt meestal af van de hoeveelheid aanwezige relicten en hun toeristisch belang. 49 De inventarissen van oorlogsrelicten zijn dan ook vaak opgesteld met toeristische doeleinden. Voorbeelden hiervan zijn wandel- of fietsgidsen om het oorlogsverleden van de streek te verkennen. Vanzelfsprekend bevinden de meeste van deze bescheiden projecten zich in de Westhoek. Toch spelen ook de grotere dorpen en steden in het binnenland hier op in door dit erfgoed van hun gemeente of stad bekend te maken via onder andere brochures. Voor de Open Monumentendag van 2008 met als thema de ‘20ste eeuw’ werd door vele gemeenten het erfgoed van de beide wereldoorlogen als onderwerp aangehaald. 50
Hieronder volgt een overzicht van de ons gekende lokale onderzoeken en inventarissen van het oorlogserfgoed. 51
Koploper bij de lokale inventarissen is de provincie West-Vlaanderen. De provincie heeft, gesteund door de werkgroep ‘Oorlog en Vrede in de Westhoek’ digitale inventaris van oorlogsrelicten gecreëerd. Deze databank bevat onder andere begraafplaatsen, gedenktekens, sites, musea en een personendatabank. Elke fiche geeft algemene informatie van het relict, informatie over de locatie via coördinaten en kaarten, gerelateerde personen en links. Deze fiches zijn ook steeds voorzien van een foto.
Voor West-Vlaanderen en meer specifiek voor de Westhoek zijn er meerdere toeristische publicaties, die heel wat informatie bevatten over het oorlogsverleden van deze streek. Twee recente voorbeelden zijn: het boek ‘de Westhoek XL. Verrassend veelzijdig Frans- en West-Vlaanderen’ 52 en de brochure ‘Den Grooten Oorlog in de Westhoek’. 53 54. Er wordt in de Westhoek ook tegemoetgekomen aan het internationale toerisme door onder andere het uitgeven van Engelstalige brochures. Bijvoorbeeld voor de regio Wijtschate-Mesen bestaat de wandelgids ‘The 16th (Irish) and 36th (Ulster) Divisions at the Battle of Wijtschate-Messines Ridge, 7 June 1917: A Battlefield Tour Guide’ die het verhaal brengt van tweeënzestig locaties in de regio. De gids belicht de Ierse kant van het verhaal.
Sincfala, het Museum van de Zwinstreek in Knokke-Heist heeft plannen om in 2014 een zomertentoonstelling te houden over de specifieke impact van de oorlog in de Zwinstreek (Vlaamse Oostkust). Men wil onder meer werken met volgende thema’s: de ‘elektrische draad’, het verblijf in Nederland tijdens de oorlog, Saint-George day in Zeebrugge, de kustverdediging met onder andere de bunkers, en het dagelijkse leven tijdens de oorlog.
De Gemeentelijke Archiefcommissie Koksijde gaf de brochure uit ‘Herinneringen aan beide wereldoorlogen’. 55 Deze brochure kan gebruikt worden als wandel- of fietsgids en per deelgemeente wordt een beschrijving gegeven van de oorlogsrelicten.
Lo-Reninge heeft op de website van de dienst voor toerisme een inventaris opgenomen van het erfgoed in de deelgemeentes. Deze inventaris bevat onder meer oorlogsrelicten. Ook gaf de gemeente in 2007 de brochure ‘Oorlogsherinneringen’ uit, met een vermelding van de oorlogsrelicten in de gemeente.
De ‘Heemkundige Kring van Moorslede’ gaf in 2008 de publicatie uit ‘Van beton tot graniet: stenen getuigen van WO I in Moorslede en Slypskapelle’. 56 De publicatie bevat een inventaris van alle bunkers, gedenktekens, kerkhoven, … op grondgebied Moorslede. Verder bezit deze heemkundige kring een fotoarchief met betrekking tot WO I en brengt ze nog publicaties uit die het plaatselijke verhaal van de oorlog brengen. 57
Op de website van Heuvelland vindt men inventarissen met bijhorende fiches van het oorlogserfgoed in de deelgemeenten De Klijte, Dranouter, Kemmel, Loker, Nieuwkerke, Westouter, Wijtschate en Wulvergem. De toeristische dienst ontwikkelde er ook verschillende thematische wandelgidsen en fietsroutes, zoals de fietstocht: ‘De Mijnenslag van 1917 – Ieper, Heuvelland en Mesen’ met brochure en kaart. Eveneens bestaat er sinds 2008 een documentaire en loopt er in het Bezoekerscentrum De Bergene een tentoonstelling over ‘Zero Hour’. ‘Zero Hour’ was de codenaam van de operatie van de mijnenslag in 1917. De bezoekers worden door de documentaire aangezet om het gebied van de mijnenslag te bezoeken.
Een overkoepelend project is dat van de Oosteroever van Oostende. Op de Oostendse Oosteroever zijn nog talrijke getuigenissen bewaard gebleven van de militaire aanwezigheid. Het militaire erfgoed in deze zone 58 geeft de evolutie weer van de maritieme oorlogsvoering in Europa tot aan de Koude Oorlog. De ontsluiting van het gebied gebeurt via een militair erfgoedroute tussen de verschillende sites, de publicatie ‘Militairen aan zee’, de restauratie van de gebouwen en een inventaris van het aanwezige erfgoed. Op 16 november 2009 vond in Fort Napoleon de studiedag ‘Militairen aan Zee’ plaats.
Hollebeke, een deelgemeente van Ieper, heeft op zijn website de gedenktekens van WO I opgenomen.
De website van het als monument beschermde Domein Carbour in Adinkerke (De Panne) bevat informatie over de WO I-relicten die zich op het domein bevinden. 59
De Heemkundige Kring van Tielt en omgeving ‘De Roede’ gaf naar aanleiding van de 90ste verjaardag van het einde van de oorlog in 2009 een wandelboek en verschillende fietsbrochures uit. Eveneens werden er dertien informatieve gedenkplaten in de stad en omgeving onthuld.
De Cultuurraad Kortemark maakt in samenwerking met de Heemkring Crekel Beke een inventaris van al het oorlogserfgoed in de gemeente. Erfgoed van beide wereldoorlogen komt aan bod. Tegen 2014 wil men hier een publicatie over uitbrengen.
De Heemkundekring Corsendonca (Oud-Turnhout) wil tegen 2014 een boek uitgeven over beide wereldoorlogen. Daarnaast is een artikel in voorbereiding over de bunkers in Oud-Turnhout. De vereniging besteedde in het verleden ook al aandacht aan het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog, onder andere via een inventaris van bunkers in Schoten en Oud-Turnhout en door de fietsgids ‘In het spoor van … ons dorp en de oorlog. Fietstocht door het oorlogsverleden van Oud-Turnhout’.
Een boek dat een algemeen overzicht geeft over de geschiedenis van de verdedigingswerken in Vlaanderen is: ‘Burchten en forten en andere versterkingen in Vlaanderen’. 60 In deze publicatie, onder redactie van Luc de Vos, worden slechts enkele verdedigingswerken uit de Eerste Wereldoorlog besproken, zoals de fortengordel rond Antwerpen en de dodengang in Diksmuide.
De meeste onderzoeken naar bunkers gaan over de nog vrij intact bewaarde linies. Meer geïsoleerde bunkers zijn veel minder bestudeerd. Bij de inventarisatie van bunkerlinies is het Simon Stevin Vlaams Vestingbouwkundig Centrum vzw het meest actief. Hun belangrijkste inventarisaties zijn deze van de vestingbouw en van forten en schansen, die ook tijdens de Eerste Wereldoorlog hun functie hadden. Zij inventariseren ook de kustverdediging en de linies rond het IJzerfront en de Ieperboog. Al dit inventarismateriaal is niet gepubliceerd.
De nog zichtbare bunkers langs de frontzone zijn opgenomen in de Inventarisatie van het Wereldoorlogerfgoed . Langs de frontzone zijn de linies van bunkers minder herkenbaar en minder samenhangend. In het kader van de wederopbouw van de ‘Verwoest Gewesten’ was er immers in 1929-1930 een grote afbraakgolf van bunkers, gesteund door de overheid.
Andere inventarissen van bunkers langs de frontzone zijn deze van bijvoorbeeld de gemeente Wervik. Deze gemeente publiceerde in 1984 een artikel over de bunkerconstructies uit de Eerste Wereldoorlog op haar grondgebied. 61 De inventarisatie van bunkers tussen Wieltje (Ieper) en Sint-Juliaan (Langemark-Poelkapelle) werd door Robert en Tim Missinne en Roger Verbeke verwerkt.
Langs de ‘Frontzate’, de spoorwegbedding Nieuwpoort - Diksmuide, werd in 2006 en 2007 een onderzoek gedaan naar de instandhouding van oorlogsbunkers. Voor dit project werden alle bunkers langs de frontzate geïnventariseerd. De opdrachtgever van deze werken was de provincie West-Vlaanderen in samenwerking met de Vlaamse Landmaatschappij. Ook werden er oorlogsrestanten van de Eerste Wereldoorlog geconsolideerd en vond de restauratie van een bunker in Oudekapelle (Diksmuide) plaats als onderdeel van het inrichtingsplan Kom van Lampernisse (landinrichtingsproject De Westhoek). De ‘Frontzate’ werd in het kader van het inrichtingsplan uitgebouwd als groene recreatieas. De consolidatie heeft betrekking op verschillende restanten van de IJzerlinie: bunkers, mitrailleurposten, schuilplaatsen en het oude stationsgebouw van Ramskapelle (observatiepost). Het VIOE stond in voor de opmaak van het technisch ontwerp en voor de begeleiding van de werken op het terrein.
Een andere belangrijke verdedigingslijn was deze langs de Nederlandse grens, namelijk de ‘Hollandstellung’. Deze bunkerlinie werd door de Duitsers aangelegd vanaf 1916 om een aanval van de geallieerden via Nederland te voorkomen. De bunkerlinie strekte zich uit van Knokke tot Vrasene (Beveren).
De provincie Oost-Vlaanderen besteedde in zijn reeks ‘Kleine Cultuurgidsen’ aandacht aan de Hollandstellung, in een gids die specifiek handelt over deze bunkers uit de Eerste Wereldoorlog: ‘De Duitse bunkerlinie van Steendorp-Vrasene (1917)’. 62 George Antheunis maakte een inventaris op van de bunkers van de Hollandstellung in de Gentse Kanaalzone. 63 64
Ook verdedigingswerken en fortengordels die dateren van voor de oorlog hebben tijdens de Eerste Wereldoorlog een belangrijke rol gespeeld. In september 2009 organiseerde het provinciebestuur Antwerpen, in samenwerking met het Simon Stevin Vlaams Vestingbouwkundig Centrum vzw, de provincies Oost- en West-Vlaanderen, Zeeland en Noord-Brabant (Nederland), een studietweedaagse over de hedendaagse betekenis van en omgang met forten, fortengordels en verdedigingslinies: ‘Fortengordels Nu!’ 65
De provincie Antwerpen richtte een Gebiedsgericht project Fortengordels Antwerpen op. Hiermee wil de provincie de zichtbaarheid en het hergebruik van beide fortengordels rond de stad Antwerpen verbeteren.
In april 2009 werd het nieuwe Interreg IVA-project gestart over de Staats-Spaanse Linies in West-, Oost- en Zeeuws-Vlaanderen. De versterkingen gerealiseerd in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) werden eveneens gebruikt en aangepast tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het project omvat acties die betrekking hebben op de Staats-Spaanse Linies, de Zuiderwaterlinie in Noord-Brabant, de versterkte stad Antwerpen en de Fortengordels van Antwerpen. Er zijn negenenzestig deelprojecten. 66 67
De inventarisatie van oorlogsgedenktekens kende zijn opgang in de jaren 1990. Veruit de belangrijkste inventaris over oorlogsgedenktekens in de provincie West-Vlaanderen is: ‘Zij die vielen als helden … Cultuurhistorische analyse van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen’. 68 Dit is een zeer gedetailleerde, wetenschappelijke en van foto’s voorziene publicatie met inventaris.
Het tijdschrift ‘Ons Heem’ besteedde in 1998 een themanummer aan de oorlog met als titel ‘Pro memorie. Monumenten voor de Grote Oorlog’. Dit themanummer kwam er na het nieuwe elan dat het onderzoek kende door de herdenkingen van de tachtigjarige verjaardag van Wapenstilstand. Het inleidende artikel van Harry van Royen maakt een balans op van het onderzoek naar oorlogsmonumenten. 69 Een ander interessant artikel gaat over het zoeken naar een nieuwe benaderingswijze van de studie van oorlogsmonumenten in Midden-Brabant. Aspecten die belangrijk worden geacht in het kijken naar oorlogsmonumenten zijn: de ligging van het monument, de bedoeling van de oprichting (herinnering aan een oorlog), de geschiedenis van de oprichting, de initiatiefnemer, de ontwerper, de beschrijving, de opschriften, de politieke en kerkelijke betekenis, de sociale betekenis en de bronnen voor de geschiedenis. 70 Een ander artikel behandelt de oorlogsmonumenten opgericht tussen 1930 en 1980 in de Denderstreek aan de hand van de monumenten in een aantal gemeenten. 71 De andere artikels die oorlogsmonumenten behandelen zijn: ‘Monumenten opgericht op de ereperken voor Belgische soldaten gesneuveld tijdens Wereldoorlog 1914-1918 in de regio Brussel’72, ‘Het officiële oorlogsmonument van de stad Mechelen, speelbal van belangen’73 en ‘Monumenten ter herinnering aan de Eerste Wereldoorlog in Kongo’74.
Aan de Universiteit van Gent werden er in de jaren 1990 in de Vakgroep Nieuwste Geschiedenis, onder leiding van professor Bruno de Wever, seminarieoefeningen gegeven aan de studenten in verband met de inventarisatie van oorlogsgedenktekens. Een voorbeeld hiervan is het werkstuk met de Lokerse ‘herinneringsobjecten’. 75 Dit werkstuk is eveneens verwerkt tot een kort artikel. 76 Deze oefeningen hadden tot doel een inventaris te maken van de oorlogsgedenktekens voor heel Vlaanderen. 77 Voor Wallonië gebeurde dit aan de universiteit van Louvain-la-Neuve onder leiding van Dr. Laurence van Ypersele via een enquête voor gemeentebesturen. 78 Voor zover gekend zijn geen van beide onderzoeken gepubliceerd.
De provincie Limburg schreef in de jaren 1990 ook een project uit voor heemkundige kringen om hun monumenten voor de Grote Oorlog in kaart te brengen. 79 Van de resultaten van dit project zijn geen gegevens gevonden.
In de provincie Vlaams-Brabant werd er door het Algemeen Rijksarchief in samenwerking met antiquair C. Engelen uit Leuven in 2002 een inventaris opgemaakt: ‘Oorlogsmonumenten 1914-1918 in Vlaams-Brabant’. 80 Deze inventaris beperkt zich tot monumenten aan kerken, op kerkhoven, op begraafplaatsen en op pleinen. Ze bevat ook een lijst met publicaties over oorlogsmonumenten. Uit deze lijst is vast te stellen dat er aan de Franstalige universiteiten van ons land tot nu toe een grotere interesse bestond voor dit erfgoed dan langs Vlaamse zijde. 81
De oorlogsmonumenten van het Meetjesland werden in 2003 besproken in het jaarboek van de heemkring van het Meetjesland. 82 Deze van Zottegem werden in 1995 besproken in de Handelingen van het ‘Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde’. 83
In de publicatie ‘Aan onze helden en martelaren … Beelden van de brand van Leuven (augustus 1914)’ worden achtenvijftig verschillende oorlogsgedenktekens van de Eerste Wereldoorlog in groot Leuven geïnventariseerd en uitgebreid besproken. 84
Aan de opleiding ‘Master in de Monumenten- en Landschapszorg’ aan de Hogeschool Antwerpen werd in 2009 een masterproef ingediend met als onderwerp de oorlogsmonumenten van de Eerste en Tweede Wereldoorlog in Gent. 85 Sarah Depestel probeert een eerste grondige en alles omvattende inventaris te maken van de oorlogsmonumenten in Gent. Ze bespreekt ook de stand van zaken van het onderzoek naar oorlogsmonumenten in binnen- en buitenland. De studie van de Gentse oorlogsgedenktekens geeft onder andere een bespreking van de typologie, de symboliek, de kunstenaars, de stijlen en de materialen van de gedenktekens. Bij deze studie hoort ook een databank die zo volledig mogelijk alle oorlogsmonumenten in Gent bevat.
Specifiek voor de Tweede Wereldoorlog houdt het Belgisch Nationaal Herdenkingscomité een repertorium bij van alle plaatsen en monumenten in België die herinneren aan feiten of personen met betrekking tot deze oorlog. Dit comité schreef de gemeenten aan met de vraag een dossier over te maken waarin een oplijsting wordt gegeven van de aanwezige monumenten. 86 Voor zover gekend, is er geen gelijkaardig initiatief op Vlaams of Belgisch niveau met betrekking tot de monumenten van de Eerste Wereldoorlog. Wel zijn er veel monumenten die herinneren aan beide Wereldoorlogen. Hierdoor zullen er in het repertorium monumenten aanwezig zijn die ook betrekking hebben op de eerste Wereldoorlog. Dit comité houdt op zijn website eveneens de herdenkingen met betrekking tot beide wereldoorlogen bij.
Van 2007 tot 2009 werd een thematisch beschermingsdossier militaire begraafplaatsen uit beide wereldoorlogen in Vlaanderen opgemaakt. Alle militaire begraafplaatsen (in totaal 159) werden hierbij beschermd als monument. De militaire ereperken en andere begraafplaatsen werden buiten beschouwing gelaten.
De Commonwealth War Graves Commission (CWGC) is verantwoordelijk voor de Britse Militaire begraafplaatsen en houdt registers bij van de doden die begraven liggen op deze begraafplaatsen. In 2010 is er de tentoonstelling ‘Remember me. The Commonwealth War Graves Commission 1917-2010’ in het Memorial Museum Passchendaele 1917, onder andere over de oprichting en werking van de CWGC.
Voor West-Vlaanderen werden er in de reeks ‘België in oorlog’ zes boekjes uitgegeven die de militaire begraafplaatsen in West-Vlaanderen beschrijven. 87 88 89 90 91 92 De historiek van de begraafplaatsen wordt beschreven, het aantal graven per nationaliteit wordt vermeld en de opschriften van een aantal belangrijke grafzerken worden opgesomd.
In het Memorial Museum Passchendaele 1917 probeert men een databank op te bouwen met informatie van de soldaten, begraven op het ‘Tyne Cot Cemetery’ in Passendale (deelgemeente van Zonnebeke). Het ‘Tyne Cot Cemetery’ is de grootste militaire begraafplaats in Vlaanderen en heeft een eigen bezoekerscentrum. 93
De gemeente Poperinge startte in 2009 een wetenschappelijk onderzoek naar Lijssenthoek Military Cemetery. Dit onderzoek moet inhoudelijke input geven aan het bezoekerscentrum dat in 2012 de deuren opent. Eveneens wil men een databank maken als aanvulling op het register van de CWGC. Deze nieuwe databank bevat vooral persoonlijke informatie over de slachtoffers die op Lijssenthoek begraven liggen.
Momenteel zijn er nog vier grote Duitse begraafplaatsen in Vlaanderen. Het VIOE liet in 2006 een externe studie uitvoeren naar deze Duitse oorlogsbegraafplaatsen door Annette Freitag. 94
Over de Duitse begraafplaats in Menen maakte de Heemkring Menen een brochure en een website met een databank van alle graven. 95
Over de militaire begraafplaatsen is dus heel wat studiewerk verricht. Een algemeen probleem in Vlaanderen blijft echter het ontbreken van centraal verzamelde gegevens over de identiteit van oorlogsslachtoffers en soldaten die begraven liggen op de gemeentelijke begraafplaatsen. 96 Toch zijn er heel wat gemeenten die een inventaris hebben van de waardevolle grafmonumenten op hun begraafplaatsen. Zo bezit de gemeente Lokeren een databank met de waardevolle grafmonumenten op de Centrale Stedelijke Begraafplaats. Deze databank, opgesteld door kunsthistorica Anne-Mie Havermans, bevat ook een grafmonument voor de oorlogsslachtoffers van 1918. De gemeente Koksijde heeft een eigen gepubliceerde inventaris van het funerair erfgoed. 97 Hierin komt ook het funerair erfgoed van de oorlogsslachtoffers uitgebreid aan bod.
Behalve de inventarissen en onderzoeken over bunkers, oorlogsgedenktekens en militaire begraafplaatsen zijn er nog andere onderzoeken beschikbaar die een aspect van het bouwkundig erfgoed van de Eerste Wereldoorlog belichten. Hier geven we een opsomming van de door ons gekende studies.
In 2007-2008 werden er in opdracht van het VIOE twee studies uitgewerkt over twee houten legerbarakken uit de Eerste Wereldoorlog in Jabbeke. Allereerst werd het bouwtechnisch en archivalisch onderzoek gedaan. 98 In tweede instantie werd de studie uitgebreid naar een handleiding ‘Omgaan met barakken.’ 99
Aan de Vrije Universiteit Brussel werd in het academiejaar 2009-2010 door Haaike Peeters een masterproef gemaakt over de ‘School van de Koningin’ in Wulveringem (Veurne). Deze school werd opgericht met steun van het Belgische koningspaar en was bedoeld voor kinderen van de frontstreek.
De wederopbouwarchitectuur wordt meestal vereenzelvigd met de Westhoek waar de verwoestingen het landschap hertekenden en de wederopbouwarchitectuur het straatbeeld bepaalt. Toch waren de verwoestingen in de rest van Vlaanderen niet minder dramatisch. Zo waren de steden Aarschot, Dendermonde, Leuven, Lier en Mechelen er eveneens ernstig aan toe na de oorlog. In dit hoofdstuk wordt er hoofdzakelijk ingegaan op studies en projecten die rechtstreeks betrekking hebben op de wederopbouwarchitectuur. Toch zijn er nog heel wat bronnen en studies die onrechtstreeks de wederopbouwarchitectuur behandelen. Een voorbeeld hiervan is: ‘Koksijde, een bewogen architectuurgeschiedenis. Inventaris van het bouwkundig erfgoed’ gemaakt door Sarah Willems in opdracht van de gemeente Koksijde. 100 In deze globale inventaris van het erfgoed wordt ook de wederopbouwarchitectuur van de gemeente behandeld. Voor meer voorbeelden en een overzicht verwijzen we naar het hoofdstuk over het interbellum in de onderzoeksbalans. Hier vindt men onder andere meer informatie over archiefbronnen en publicaties van tijdens de wederopbouw en geografische architectuurgidsen per provincie waarin ook wederopbouwarchitectuur is opgenomen.
Een uitgebreide bibliografie over de wederopbouw vindt men in het boek ‘Resurgam. De Belgische Wederopbouw na 1914’. 101 Deze bibliografie werd recent verder aangevuld in ‘Het gekwetste gewest. Archievengids van de wederopbouwarchitectuur in de Westhoek. 102 103
In de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed in Vlaanderen werd het wederopbouwerfgoed niet stelselmatig opgenomen.
Bij de geïnventariseerde gemeenten is er geen duidelijke definitie voor de term ‘wederopbouwarchitectuur’ gehanteerd. Deze term kan zowel gebruikt worden voor panden die wel degelijk na verwoestingen opnieuw werden opgebouwd, als voor panden die in de periode van wederopbouw in wederopbouwstijl werden opgetrokken. Zeker in de oudste inventarissen is dit zeer moeilijk te interpreteren bij gebrek aan informatie.
In de inventarissen van West-Vlaanderen wordt veel aandacht besteed aan de wederopbouwarchitectuur, al zijn er voor de frontzone in de Westhoek duidelijke kwaliteits- en kwantiteitsverschillen tussen de geïnventariseerde gemeenten. De inventarissen van de stad Ieper (1987) en de omliggende gemeenten hebben nog leemten op het vlak van inventarisatie van wederopbouwarchitectuur. De inventarissen van Diksmuide (2005) en Houthulst (2006) zijn van een recentere datum en daarin wordt meer aandacht besteed aan de wederopbouwarchitectuur.
Over de geschiedenis van de wederopbouw van de gemeenten van de Westhoek is er ook informatie beschikbaar in de gemeente- en straatbeschrijvingen in de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.
Ook in de rest van Vlaanderen werden tijdens de Eerste Wereldoorlog steden verwoest, zoals Aarschot, Dendermonde, Leuven, Lier en Mechelen. In de oudere inventarissen, bijvoorbeeld bij die van Aarschot (1969), werd niet altijd aandacht besteed aan de wederopbouwarchitectuur. In recente inventarissen zoals deze van de herinventarisatie van Leuven werd de wederopbouwarchitectuur wel als volwaardig bouwkundig erfgoed opgenomen. Nog voorbeelden waarbij men de wederopbouwarchitectuur als volwaardig bouwkundig erfgoed behandelde, zijn Mechelen (1982) en Lier (1990), waar de wederopbouwpanden afzonderlijk werden beschreven. Toch werden in Mechelen de panden op de IJzerenleen niet afzonderlijk, maar in de straatbeschrijving opgenomen. Heel dit plein was immers verwoest en werd wederopgebouwd, waardoor het als geheel wordt beschreven. Op deze wijze werd de wederopbouwarchitectuur in oudere inventarissen vaker opgenomen in de straatbeschrijving dan als afzonderlijke relict.
“Hoewel tijdens de Eerste Wereldoorlog de bouwactiviteit in België zo goed als stil lag, ging de theorievorming onverminderd en zelfs met toegenomen kracht door. Er werd bestudeerd, opgemeten, gefotografeerd en gepubliceerd, er werden plannen gemaakt, er werden wedstrijden en tentoonstellingen georganiseerd. De wederopbouw werd vooral in ballingschap theoretisch voorbereid (…) ” 104 105
Onmiddellijk na de oorlog verschenen er een aantal basiswerken die een belangrijke bron vormen voor de studie van de wederopbouw. 106 Een publicatie die belangrijk is voor een inzicht in de werking van de Dienst der Verwoeste Gewesten is ‘Beknopte bekendmaking nopens den Dienst der Verwoeste Gewesten’, die verscheen van 1919 tot 1921. 107 In 1926 verscheen ‘La Belgique restaurée: étude sociologique’. 108 Dit werk geeft een eerste historisch overzicht van diverse aspecten van de wederopbouw.
Hedendaagse belangstelling voor de architectuur van de wederopbouw bestaat sinds het einde van de jaren 1970. Een onderzoeksprogramma leidde in 1985 tot een tentoonstelling en tot een basiswerk dat een eerste synthese bracht: ‘Resurgam. De Belgische Wederopbouw na 1914’. 109 110 Het boek behandelt verschillende aspecten van de wederopbouw. In de eerste hoofdstukken wordt de voorbereiding van de wederopbouw in het buitenland en de stedenbouwkundige aanpak behandeld. Vervolgens gaat men in op de rol van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van de Vereniging van Belgische Steden en Gemeenten. In de laatste hoofdstukken heeft men het over de architecturale vormentaal, de voorlopige huisvesting en de bouw van tuinwijken. 111 Het uitgangspunt voor deze studie was een reeks eindverhandelingen aan de toenmalige Afdeling Architectuur en aan het Instituut voor Kunstgeschiedenis van de KULeuven. Deze eindverhandelingen behandelden de steden Aarschot, Dendermonde, Ieper, Leuven, Lier, Mechelen, Nieuwpoort en Roeselare. 112 113 114 115 116 117 118 119 In de aanloop naar het verschijnen van dit eerste basiswerk verscheen er ook een reeks artikels in een speciaal nummer van ‘Wonen – TA/BK’ 120 121 en in ‘Monumenten en Landschappen’ 122 123.
Naast deze basiswerken verschenen er een aantal werken die de wederopbouw voor één gemeente of stad behandelen. Voor Leuven werd in 1991 de licentiaatsverhandeling uit 1980 van Pieter Uyttenhove en Jo Celis herwerkt en uitgegeven. 124 Voor Ieper verscheen er in 1999 de publicatie ‘Ieper: de herrezen stad. De wederopbouw van Ieper na 14-18’. 125 Verder zijn er nog verschillende kleinere publicaties en artikels beschikbaar die over de wederopbouw van een individuele gemeente handelen. 126 127 128 129 130 131 132
In 2004 organiseerde het KADOC in samenwerking met het Raymond Lemaire International Centre for Conservation van de KULeuven het vijfdaags internationaal symposium in Leuven, Ieper en Roubaix: ‘Living with History 1914-1964. Rebuilding Europe after the First and Second World Wars and the Role of Heritage Preservation’ waarvan de handelingen in 2010 zullen verschijnen. 133 Hier ging men in op de verwoestingen tijdens de twee wereldoorlogen en de rol van de monumentenzorg in de naoorlogse wederopbouw in België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Nederland. Het doel van dit symposium was nogmaals een status quaestionis op te maken van de oorlogs- en naoorlogse geschiedenis van de monumentenzorg. Eveneens wou men de ontwikkelingen hiervan confronteren met de algemene evolutie van de architectuur. Meer bepaald werd de specifieke rol onderzocht van monumentenzorgers, erfgoedinstellingen en overheden in het geheel van de wederopbouw.
De provincie Antwerpen organiseert in 2010 een studiedag over wederopbouwarchitectuur voor de betrokken gemeenten. Op basis van deze informatiedag zal er een platform- en projectwerking worden opgezet in aanloop naar 2014. Eveneens is er een Erfgoedgids over wederopbouwarchitectuur gepland.
Tijdens en onmiddellijk na de oorlog bestond er een grote woningnood. De bouw van voorlopige noodwoningen moest hieraan verhelpen. Een bekend initiatief was dit van het ‘Koning Albertfonds’ dat nog tijdens de oorlog in 1916 werd opgericht. 134 Over de woningnood en de rol van het Koning Albertfonds verscheen er in ‘Resurgam. De Belgische Wederopbouw na 1914’ een eerste uitgebreid artikel. 135 Naar aanleiding van het beschermingsdossier van de noodwoningen werd er een studie gemaakt waarin de drie types van noodwoningen werden onderzocht. Het onderzoek behandelde Noord-Amerikaanse noodwoningen en woningen van het Koning Albertfonds van het type Zanen & Moenaert en van het type Jouret & Speltinckx. Voor West-Vlaanderen werden er van elk type twee nog bewaarde noodwoningen beschermd als monument in 2009. 136
Tijdens de wederopbouw werden er een aantal modelboeken uitgegeven voor de wederopbouw van historische hoeves. 137 Deze publicaties dateren uit de periode 1918-1921 en beschrijven in detail de regionale kenmerken van de landelijke architectuur. Jeroen Cornilly bespreekt ze in zijn artikel ‘Een streekeigen hoeve’. 138 Specifiek voor de wederopbouw in West-Vlaanderen waren er de modelboeken van het Gistelse provincieraadslid Alfred Ronse en de Brugse architect Théo Raison. 139 140 Algemeen concludeert Jeroen Cornilly dat hoeves uit de wederopbouwperiode tot op heden nog nauwelijks zijn bestudeerd. Hetzelfde geldt voor de invloed van de modelpublicaties op de wederopbouw van deze hoeves. Voor de wederopbouw van hoeves speelde ook de Belgische Boerenbond een belangrijke rol. In het boek ‘Ieder voor allen. De Belgische Boerenbond 1891-1990’ schreef Leen Van Molle een hoofdstuk over de rol van de Boerenbond bij de wederopbouw in West-Vlaanderen. Ook hier wordt aangehaald dat er naar de wederopbouw nog heel wat studiewerk kan worden verricht. 141 De Boerenbond zal een ‘Bouwdienst’ in Roeselare oprichten en zal plannen maken voor woningen, hoeven, melkerijen, scholen en kerken, zonder zelf over te gaan tot bouwen. 142 Een belangrijke eigentijdse bron voor de werking van de Boerenbond bij de wederopbouw in West-Vlaanderen is: ‘Onze werking in Verwoest Vlaanderen. Beknopt overzicht der werkzaamheden van onzen ‘Dienst voor herstel van West-Vlaanderen’ (bureel Roeselare)’ uit 1921. 143
Recent is er ook meer aandacht voor de minder bekende initiatieven. Zo werden de Duitse wederopbouwinitiatieven in België tijdens de Eerste Wereldoorlog in kaart gebracht door Johan Van den Moorter in zijn masterthesis, gemaakt in 2007 aan de Universiteit Gent. De Duitse administratie organiseerde vanaf 1915 de wederopbouw van vernielde gebouwen in bezet België. Dit onderzoek zal gepubliceerd worden als een bijdrage in het boek ‘Regionalism and Modernity. Architecture in Western Europe, 1914-1940’ (publicatie in 2010). 144 Hij onderzoekt een ook nog niet zo gekend wederopbouwinitatief, namelijk de Zwitserse wederopbouwimpuls van het ‘Oeuvre Suisse Belge’ (OBS). Over de heropbouw van landelijke woningen en hoeves tijdens de Eerste Wereldoorlog door het OBS in de streek van Zemst schreef Dieter Nuytten een artikel in ‘Land in zicht. Koninklijke Vereniging voor Natuur- & Stedenschoon’. 145
In het tijdschrift ‘Monumenten en Landschappen’ verscheen in 1992 een klein artikel over de wederopbouwscholen in de Westhoek. 146
Over de wederopbouw van gemeentehuizen in de frontstreek verscheen er in 1985 een licentiaatsverhandeling aan de KULeuven. 147
Aan de wederopbouw van voorlopige en permanente stations werd een hoofdstuk gewijd in de publicatie ‘Stationsarchitectuur in België’. 148
Over de wederopbouw van parochiekerken in West-Vlaanderen verscheen van de hand van Jeroen Cornilly in 2008 een artikel in ‘In de Steigers’. 149
Er zijn nog veel deelaspecten van de wederopbouw onderbelicht. Zo is bijvoorbeeld de rol van de provinciale architecten tijdens de wederopbouw nog niet bestudeerd. De provincie zal voornamelijk een rol hebben gespeeld bij de niet-geadopteerde gemeenten, waar de oorlogsschade minder groot was. Desondanks moesten er verschillende gebouwen heropgebouwd worden die moesten goedgekeurd worden door de provincie zoals gemeentescholen, pastorieën en gemeentehuizen. 150
Veel deelaspecten van de wederopbouw werden nog niet bestudeerd. Een groot hiaat is dat vele archieven niet zijn gekend of bestudeerd. Dat er nog veel basismateriaal beschikbaar is voor het onderzoek naar de wederopbouw bewijst het onderzoek van het Centrum Vlaamse Architectuurarchieven (CVAa) naar de wederopbouwarchieven van de Westhoek na Wereldoorlog I. In een eerste fase in 2008 werd een website ontwikkeld, die voornamelijk gericht is op beheerders van gemeentearchieven. In deze fase werden de gemeentelijke archieven onderzocht op het aanwezige wederopbouwmateriaal. Men vindt op de website dan ook een overzicht van de meest voorkomende archiefstukken uit gemeentelijk wederopbouwarchief.
In de tweede fase van het project werden de overige archieven onderzocht. Zowel de archieven van privaatrechtelijke archiefvormers als van publiekrechtelijke archiefvormers op lokaal, provinciaal en nationaal vlak kwamen hierbij aan bod. Zeer interessant zijn de lijsten van betrokken architecten, ambtenaren en aannemers. Dit onderzoek resulteerde in 2009 in een boek: ‘Het gekwetste gewest. Archieven over wederopbouwarchitectuur in de Westhoek’. 151 Van elk opgenomen archief wordt de archiefvormer, de aard, geschiedenis en omvang besproken, met informatie over de bewaarplaats en de mate van ontsluiting.
Eind 2009 werden de gegevens over de private archiefvormers ingevoerd op de Odis-databank. Alle steekkaarten kregen het trefwoord ‘wederopbouw’ mee, wat toelaat de fiches gemakkelijk terug te vinden. De steekkaarten van de actoren bevatten steeds een koppeling naar de verwante archiefbestanden.
In de provincie West-Vlaanderen en meer bepaald in de Westhoek wordt het bouwkundig landschap bepaald door een typerende wederopbouwarchitectuur. Deze wederopbouwarchitectuur komt steeds meer in de aandacht te staan, als reactie op de toenemende druk op deze architectuur. Deze architectuur is ondertussen al 90 jaar oud en is volop in verandering, door de nieuwe noden en behoeften die zich stellen op vlak van architectuur en stedenbouw. Recent probeert men ook vanuit het beleidsveld meer aandacht aan de wederopbouwarchitectuur te besteden.
Labo S van de Vakgroep architectuur en stedenbouw van de Universiteit Gent kreeg in 2006 de opdracht van de provincie West-Vlaanderen en van de gemeenten Ieper en Heuvelland om een studie uit te voeren over: ‘Omgaan met Wederopbouwarchitectuur in de Frontstreek ’14-’18”’. 152 De studie behandelt de heropbouw van de binnenstad van Ieper en de dorpen van Heuvelland. Dit onderzoek heeft tot doel een ondersteuning te zijn voor het ontwikkelen van een kader voor het evalueren van bouwaanvragen in het gebied. Een pand moet onderworpen worden aan het afwegingskader waarbinnen de gebruikswaarde, de culturele waarde en de locuswaarde worden afgetoetst. De locuswaarde is de beoordeling van een afzonderlijk pand binnen de specifieke ruimtelijke structuur van zijn omgeving.
Omdat de inventarissen van het bouwkundig erfgoed van de gemeenten Ieper en Heuvelland waren verouderd, gaf de gemeente Heuvelland naar aanleiding van deze studie de opdracht aan het Sint-Lukasarchief vzw om een nieuwe inventaris te maken van het bouwkundig erfgoed in haar gemeente en een onderzoek te doen naar de architecturale analyse en waardebepaling van dit erfgoed.
Bij de Open Monumentendag in 2008 met als thema ‘20ste editie – 20ste eeuw’ werd er in de Westhoek veel aandacht geschonken aan wederopbouwarchitectuur. 153 Voor een verdere sensibilisering van het publiek voor de wederopbouw werkt de provincie West-Vlaanderen samen met het Vlaams Architectuurinstituut. Al deze activiteiten kaderen in een programma om zowel bewoners, bezoekers, architecten, als ambtenaren ontvankelijk te maken voor een doordachte hedendaagse omgang met het unieke patrimonium van de wederopbouw in de Westhoek.
Bij deze campagne hoort het in september 2009 gepubliceerde boek ‘Bouwen aan wederopbouw 1914/2050. Architectuur in de Westhoek’. 154 Dit boek kwam tot stand door de samenwerking van de Erfgoedcel CO7, het Vlaams Architectuurinstituut en de provincie West-Vlaanderen. Het wil de geschiedenis van de wederopbouw in de Westhoek in beeld brengen. Deze publicatie behandelt zes grote thema’s: (1) de bewoners die terugkeerden of die naar deze gebieden trokken; (2) de positie van de burgemeesters als lokale beleidsmakers tussen de bewoners en de hogere overheid; (3) hoe het terrein klaar gemaakt werd voor de wederopbouw; (4) de plaats van de architect in het wederopbouwproces; (5) wie deze architecten waren en welke opvattingen over architectuur ze hadden; (6) de bijstand voor arbeiders en boeren bij de onderneming van de wederopbouw en (7) de positie en de organisatie van de aannemers. Tot slot wordt ook gepeild naar de hedendaagse omgang met de wederopbouwarchitectuur.
Nog een andere sensibilisatieactie is deze van de jaarlijkse Dag van de Architectuur, die in 2009 ‘Meerwaarde’ als thema had. Het programma in de Westhoek focuste op goede omgang met wederopbouwarchitectuur. Er werd eveneens een lessenpakket ter beschikking gesteld rond dit thema voor de derde graad van het secundair onderwijs. Er was een lessenreeks ‘Hedendaagse architectuur en de wederopbouw in de Westhoek’ voor gidsen, architecten, stedenbouwkundigen, cultuurfunctionarissen en andere geïnteresseerden. Het Vlaams Architectuurinstituut organiseerde in samenwerking met de provincie West-Vlaanderen ook een driedaags ontwerpatelier architectuur in de Westhoek.
In 2018-2019 zal er nog meer aandacht worden geschonken aan de wederopbouwarchitectuur in de publiekswerking vanuit de Erfgoedcel CO7.
De studie van het erfgoed van de Eerste Wereldoorlog beslaat voornamelijk de frontregio in West-Vlaanderen, die toeristisch het meest in de belangstelling staat. Toch heeft de oorlog niet enkel impact gehad op deze regio, maar op heel Vlaanderen. Dit moet wel genuanceerd worden: in Limburg bijvoorbeeld heeft de oorlog veel minder impact gehad dan in West-Vlaanderen en heeft er dus ook minder sporen nagelaten. Zowel de mate van invloed van de oorlog als het toeristisch belang ervan weerspiegelen zich in het onderzoek. Het onderwerp van de Eerste Wereldoorlog wordt ook meestal lokaal onderzocht. Veel heemkundige kringen en lokale verenigingen brengen het verhaal van de oorlog in hun streek. Het lokale verhaal spreekt sterk aan bij de bevolking en boeit.
Er zijn al heel wat onderzoeken en inventarissen beschikbaar die de oorlogsrelicten uit de Eerste Wereldoorlog behandelen. De studies hebben vooral aandacht voor relicten met een samenhang of binnen een groter geheel, zoals bunkerlinies. Dit geldt ook voor grote sites, die meer worden onderworpen aan een alles omvattend onderzoek.
Op vlak van inventarisatie van oorlogsrelicten is er enkel in West-Vlaanderen en meer bepaald in de Westhoek een volledige inventaris beschikbaar. In de rest van Vlaanderen is dit zeer verbrokkeld en verspreid. Doordat het lokale onderzoek naar oorlogsrelicten vaak gebeurt door heemkringen en lokale verenigingen, is er weinig wetenschappelijke coördinatie bij deze inventarisaties. Deze zijn dan ook zeer uiteenlopend van kwaliteit. Veel onderzoeken hebben tot doel er een toeristische brochure van te maken om het oorlogsverleden van een streek lokaal bekend te maken. Dit kadert in de algemene tendens dat de bezoekers naast de musea en bezoekersinstellingen ook de ‘plaats van het gebeuren’ zelf gaan bekijken.
In het onderzoek naar de wederopbouw was er tot nu toe voornamelijk oog voor de organisatie van de hogere overheid; de rol van de provinciale en lokale besturen werden tot nu toe veel minder bestudeerd. Dankzij het onderzoek naar wederopbouwarchieven in de Westhoek, is er recent een ruimere aandacht voor de verschillende archieven met betrekking tot de wederopbouw. 155 Deze tendens bevordert het onderzoek naar de deelaspecten van de wederopbouw die tot nu toe veel minder aandacht kregen ten opzichte van het grote verhaal.
De studies naar wederopbouwarchitectuur zijn tot nu toe ook vooral toegespitst op de wederopbouw van stads- en dorpskernen. Het landelijke wederopbouwerfgoed is nog veel minder bestudeerd. Momenteel is er wel zeer veel aandacht voor de wederopbouwarchitectuur in de Westhoek aan de hand van onderzoeken, publicaties en een ruime publiekswerking.